Ieder zijn vierkante meter

Eerst dit, dan hebben we het meteen gehad: Axl Rose, Slash en Duff McKagan staan niet opnieuw samen op het podium omdat ze elkaar zo tof vinden. Op onderling oogcontact hebben we de drie leden van de originele Guns N’ Roses-bezetting alvast niet kunnen betrappen. Van enige chemie tussen deze helden van de hardrock was al helemaal geen sprake. Het is dan ook geweten dat vooral Rose en Slash voor deze huidige reünie jarenlang gebrouilleerd waren. Of net niet op elkaars gezicht geslagen hebben. Wat u verkiest.

Hier stond een band te spelen die het publiek precies gaf waarvoor het gekomen was (een heerlijk strakke versie van Sweet Child o’ mine, om maar een voorbeeld te noemen), maar dat ondanks elkaars aanwezigheid leek te doen. Ieder zijn eigen vierkante meter, en soleren maar! We hoeven u wellicht niet te vertellen dat Slash het niet bij één gitaarsolo gehouden heeft (en ook niet bij twee). Gelukkig beheerst de patroonheilige aller hardrockgitaristen de kunst van de beperking en waaiert hij nooit té lang uit. Houden zo, Saul.

Luchtgitaarsolo

Als het niet tijdens de gitaarsolo’s kon; wanneer had je dan wél tijd om bier te halen zonder het risico te lopen een Groots Moment te missen? Welnu, tijdens het eerste halfuur van de set zong Axl er vrij vaak naast. Zelfs de gedoodverfde meezinger Welcome to the jungle miste daardoor effect. Niet dat de talrijk aanwezige luchtgitaarvirtuozen dat aan hun hart lieten komen: na een makke dag waarop de Australische hardrockers van Wolfmother voor welgeteld vier minuten en veertig seconden sfeer zorgden (want zolang duurde het beste hardrocknummer van de afgelopen vijftien jaar: Joker and the thief), was de hitmachine genaamd Guns N’ Roses meer dan welkom.

Er zaten nogal wat pareltjes tussen die hits. Het leek wel of Axl zijn stem gespaard had tot het tijd was om ‘ha-hay, ha-hay-hay’ te bulderen in Knockin’ on heaven’s door. Plots had-ie in wél de kracht die nodig was om de wei in vervoering te brengen. Hetzelfde gold voor de powerballad Civil war; wij houden meer van de Axl die de ingetogen en lage registers opzoekt dan van de Axl die schril en hoog schreeuwt, zoals hij deed in This I love’.

Toen Slash aan zijn solo begon in November rain (wij zien hem in gedachten nog altijd in het zand voor dat witte kerkje staan, zijn gitzwarte kroesharen wapperend in de wind) bedachten we dat The War On Drugs dezer dagen iets doet dat Guns N’ Roses hen voordeed in 1991, namelijk de radio domineren met een song die langer duurt dan zeven minuten.

De Slash in elk van ons

Als je zo veel eigen materiaal hebt om te spelen (inclusief Better, een nummer uit de verguisde comebackplaat Chinese democracy, dat live een verbazend sterke song bleek), waarom zou je dan ook nog een stuk of wat covers brengen? Geen idee, maar we kregen er dus een paar voor de kiezen. Black hole sun was een geslaagde ode aan de recent overleden Chris Cornell, maar The seeker miste de rauwe frisheid die de originele versie van The Who zo smakelijk maakte. Afsluiten deed Guns N’ Roses naar goede gewoonte met Paradise city. En kijk, daar doken die luchtgitaren weer op. Er zit een Slash in ieder van ons.

Niet te missen