‘Prinsessen van Conrad-hotel’ veroordeeld tot 15 maanden met uitstel
Het Brusselse Conrad-hotel. Foto: BELGA

De Brusselse correctionele rechtbank heeft acht vrouwen uit de Verenigde Arabische Emiraten vrijdag veroordeeld tot gevangenisstraffen van 15 maanden met uitstel. Ze werden onder andere schuldig bevonden aan mensenhandel van vrouwen die voor hen werkten in het Brusselse Conrad-hotel.

Hamda Alnehayan, een prinses uit de Verenigde Arabische Emiraten, zeven van haar dochters en één van hun hofmeesters stonden vandaag terecht voor de Brusselse correctionele rechtbank voor de manier waarop ze 23 vrouwen behandelden die in 2007 en 2008 voor hen werkten in het Brusselse Conrad-hotel (het huidige Steigenberger-hotel).

De prinses en haar dochters werden schuldig bevonden aan mensenhandel, aan vernederende behandeling van de vrouwen. De rechtbank oordeelde echter dat er geen sprake was van onmenselijke behandeling en dat er geen inbreuk was gepleegd op de belgische sociale wetgeving aangezien de beschuldigden niet de feitelijke werkgever waren van de slachtoffers.

De acht vrouwen werden veroordeeld tot 15 maanden voorwaardelijke celstraf en een boete van 165.000 euro, voor de helft met uitstel. De hofmeester werd vrijgesproken.

Alexis Deswaef, advocaat van één van de slachtoffers, toonde zich op Radio 1 tevreden met de uitspraak. Hij sprak, ondanks het uitstel, toch van zware straffen, die een precedent kunnen betekenen.

Hotelverdieping afgehuurd voor ivf-behandeling

Sjeika Hamda Alnehayan is de weduwe van sjeik Muhammed bin Khalid Alnahayan uit Abu Dhabi. In 2008 huurde de adellijke familie maandenlang de vierde verdieping van het Conrad-hotel aan de Louizalaan in Brussel  af omdat één van de dochters een ivf-behandeling onderging in een Brussels ziekenhuis. De sjeika en haar zeven dochters verbleven daar met een heel gevolg.

Begin juli 2008 viel de politie het hotel binnen nadat een van de dienstmeisjes van de sjeika's was ontsnapt en naar de politie was gestapt. Die stelde vast dat een twintigtal vrouwen maandenlang werden uitgebuit. Ze werkten zonder werk- en verblijfsvergunning en kregen geen of bijna geen loon.

Bovendien werkten de vrouwen in omstandigheden die niet veel verschilden van slavernij. Ze werkten dag en nacht, sliepen slechts enkele uren per nacht voor de deuren van de kamers van de prinsessen die ze bedienden, of lagen opeengepakt in een enkele kamer. Uit het onderzoek bleek ook dat ze de verdieping niet mochten verlaten.