Krabben tot het bloedt bij Amenra
Foto: Koen Bauters

Amenra begon er in de Marquee sober en plechtig aan: met frontman Colin Van Eeckhout op de knieën, in wit licht. Stoicijns in het aanschijn van een babbelende Marquee én Dee Snider die op de Main Stage Nine Inch Nails’ ‘Head like a hole’ geweldig om zeep stond te helpen.

Het is die onverstoorbaarheid die Amenra zo fascinerend maakt: de Kortrijkse post-metalband kerft radicaal zijn eigen weg. In de Gentse Vooruit toonde de groep onlangs nog zijn veelzijdigheid door één dag volstrekt akoestisch, en de volgende geheel ingeplugd de spelen. Met dat contrast tussen alles en niets werd ook in de Marquee gegoocheld.

Als Van Eeckhout wou dat het ongemakkelijk lang stil bleef tussen de nummers, was dat zo. Wou hij dat de gitaarsluizen open gingen, gebeurde dat evenzeer - al stootte dat duidelijk op minder weerstand van de tent.

Die ging met een woest ‘Nowena’ en een dreigend ‘Am Kreuz’ alsnog overstag. Dat dwong Van Eeckhout zelf af: zijn stem leek zich uit een diepe put te willen klauwen, de lucht kreeg een brutaal pak slaag van zijn graaiende vuisten, en de zanger krabde zichzelf haast tot bloedens toe - hij leek elk moment naar de karwats te kunnen grijpen.

Maar zo voelt een Amenra-set ook: ongenadig meppen, tot het ongemakkelijk wordt. En dan weer doodse stilte. Om te bekomen.