Ouders die baby ‘alternatieve papjes’ gaven, schuldig aan dood

Een koppel uit het Oost-Vlaamse Beveren, van wie de zeven maanden oude baby overleed aan ondervoeding, is veroordeeld tot zes maanden cel met uitstel. Dat heeft de correctionele rechtbank van Dendermonde beslist. De ouders hadden zonder een arts te raadplegen hun zoon alleen alternatieve melk gegeven, omdat ze ervan uitgingen dat het kind lactose- en glutenintolerant was.

De jongen werd op 6 juni 2014 binnengebracht op de spoedafdeling van een ziekenhuis in Hasselt, maar de artsen konden alleen het overlijden van de baby vaststellen. Het kind was gedehydrateerd en woog nog 4,3 kilogram. Uit het onderzoek zou later blijken dat de jongen ondervoed was, zo stelde het openbaar ministerie vorige maand bij de behandeling van de zaak voor de correctionele rechtbank.

De ouders zouden het kind vier maanden lang haver-, rijst-, boekweit- of quinoamelk hebben gegeven, nadat borstvoeding en klassieke flesvoeding niet langer lukte. De jongen zou daardoor onvoldoende eiwitten, mineralen en vitamines opgenomen hebben.

Volgens de aanklager is er nooit een intolerantie aan gluten of lactose vastgesteld door een arts en hebben de ouders onvoldoende gedaan om hun kind te helpen. Het openbaar ministerie vorderde 18 maanden cel, maar de advocaat van de ouders vroeg de vrijspraak omdat ze de dood van hun kind niet gewild hebben.

‘Het kind moet honger geleden hebben, want het is gestorven aan pathologische en chronische ondervoeding gecombineerd met dehydratatie", stelde de rechtbank. "De ondervoeding is het resultaat van systematisch aanbieden van voeding die voor het kind niet geschikt was. (...) De beklaagden hebben hun overtuigingen inzake voeding en verzorging laten voorgaan op zijn gezondheid, met alle gevolgen van dien.’

De correctionele rechtbank legde de ouders de minimumstraf op. ‘Anderzijds staat vast dat de beklaagden zelf al zwaar gestraft zijn doordat ze verder moeten met het besef dat ze verantwoordelijk zijn voor het overlijden van hun zoontje, van wie zij oprecht veel hielden’, motiveerde rechtbankvoorzitter Mieke Butstraen.

‘Ouders hebben nooit gezien dat de toestand alarmerend was’

De verdediging van de ouders overweegt in beroep te gaan tegen het vonnis. ‘Mijn cliënten hebben nooit gezien dat de toestand van de jongen zorgwekkend of alarmerend was’, zegt Karine Van Meirvenne.

De ouders waren niet aanwezig bij de voorlezing van het vonnis. ‘Ik zal het vonnis eerst met hen bespreken. De uitspraak is van levensbelang voor hen en voor hun huisgezin. We gaan bekijken wat de mogelijkheden zijn om de zaak in het hof van beroep te bepleiten’, zegt Van Meirvenne. ‘Mijn cliënten hebben nooit gezien dat de toestand van de jongen zorgwekkend of alarmerend was. Zijn medische toestand ging met ups en downs. Ze hebben alternatieven geprobeerd en dat is zelfs goed uitgedraaid. Op bepaalde momenten is het kind aanzienlijk aangekomen, maar daarna viel de jongen terug af.’

Rechtbank: ‘Ernstige vragen bij rol homeopathische arts’

De rechtbank ‘stelt zich ernstige vragen bij de rol van dokter D., die het kind nog onderzocht minder dan één uur voor zijn overlijden’, maar oordeelde dat zijn toestand niet levensbedreigend was. Dat schrijft de correctionele rechtbank van Dendermonde in het vonnis.

De dokter stelde een dehydratatie vast, zo blijkt uit het vonnis. ‘Hij was toen van oordeel dat de toestand van het kind ernstig, maar niet levensbedreigend was. Indien dit wel zo was geweest, had hij immers een ziekenwagen en urgentieteam ter plaatse laten komen. Hij raadde de moeder aan om zo snel mogelijk naar het ziekenhuis te rijden.’

De ouders waren eerst nog gestopt bij een apotheker om de homeopathische medicatie, voorgeschreven door de arts, af te halen.

()

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig