'België is geen failed state, maar er zit wel zand in de machine'
Foto: BELGA

Meer dan een jaar na de aanslagen in Brussel is de commissie 22/3 klaar met het formuleren van haar aanbevelingen. Is België een failed state? Neen, maar er zit wel zand in de machine.

1. Meer logica in beveiligingsmaatregelen

De criteria om het dreigingsniveau te bepalen zijn niet altijd duidelijk. Dit geldt ook voor beveiligingsmaatregelen die genomen worden bij bepaalde dreigingsniveaus. Zo waren scholen en de metro langere tijd gesloten na de lockdown in Brussel in november 2015 dan na de aanslagen op 22 maart 2016.

Daarom moet er in de mate van het mogelijke een lijst komen met de algemene te nemen beveiligingsmaatregelen bij bepaalde risico- of dreigingsanalyses. Een eenvoudig voorbeeld is de verschillende manieren waarop politiezones en militairen nu worden ingezet op festivals, terwijl een gestandaardiseerde aanpak mogelijk is.

'Het veiligheidsapparaat is bij wijlen een kluwen van nesten waarop mensen zitten die hun nest bewaken', zegt Peter De Roover (N-VA). 'Dat leidt tot overreglementering, infobesitas en problemen die doen denken aan de Rijkswacht vóór de politiehervorming, namelijk eilandvorming. We hebben vastgesteld dat er een rationaliseringsoefening mogelijk is. We pleiten voor eenheid van commando, en een integrale aanpak. De verhoging van de efficiëntie moet het doel zijn. En dat bereik je door ownership: veiligheid is geen kwestie van je paraplu opentrekken, maar van samen verantwoordelijkheden opnemen.'
Peter De Roover
N-VA

2. één alwetende kruispuntbank

Naar analogie met de Kruispunt van de Sociale Zekerheid moet er een centrale Kruispuntbank Veiligheid komt, waarin álle gegevens van alle betrokken diensten zitten. Het is geen nieuwe databank, maar een koepelstructuur boven de bestaande databanken. Zo wordt de kans groter dat niet enkel Syriëstrijders maar ook home grown terrorists sneller verschijnen op de radar van de inlichtingendiensten.

'Je moet als veiligheidsdienst niet alles weten, je moet alles délen om te weten te komen wat je moet weten voor je onderzoek. We hebben al de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, laat ons die knowhow, het toegangsbeheer en de datamining gebruiken om een Kruispuntbank Veiligheid op te zetten. Daarmee kunnen we stappen vooruit zetten om op het vlak van informatie van de 19de naar de 21ste eeuw te springen.'
Servais Verherstraeten
CD&V

3. Inlichtingendiensten beter op elkaar afstemmen en meer daadkracht geven

De Veiligheid van de Staat (VSSE) hoeft niet samen te smelten met de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), maar er moet wel beter worden samengewerkt - dat gaat van het delen van vertaaldiensten tot het samen ontwikkelen en optimaliseren van human intelligence.

Bovendien moet de VSSE niet enkel informatie kunnen vergaren, maar moet de dienst ook disruptief kunnen optreden tegen potentiële terroristen. Zo moet het laten intrekken van een verblijfs- of exploitatievergunning binnen de mogelijkheden van de VSSE liggen.

'Zowel in het dossier van de broers El Bakraoui als in het dossier van de broers Abdeslam wisten de inlichtingendiensten bijna niets. Dat is werkelijk onaanvaardbaar. Niet alleen moeten ze versterkt worden op het vlak van mensen en middelen, ook de werkmethode moet omgegooid worden. Een gemeenschappelijk platform is onontbeerlijk.'
Laurette Onkelinx
PS

4. Personeel dat talen van terroristen spreekt

Om de juiste personen aan te werven bij de inlichtingendiensten, moeten de Selor-procedures worden versoepeld. De inlichtingendiensten moeten daarbij beiden nog steeds zelf op zoek gaan naar burgerpersoneel met een geschikt gespecialiseerd profiel. De commissie 22/3 benadrukt dat het belangrijk is dat de diensten de diversiteit van de Belgische samenleving weerspiegelen. Concreet is er nood aan (meer) personeelsleden die de taal van potentiële terroristen spreken.

'Erg belangrijk is ook het diverser maken van politiekorpsen. De verschillende gemeenschappen uit de samenleving moeten aanwezig zijn bij de politie, zodat alle mensen de politie vertrouwen en haar info geven over radicalisering, extremisme en terreur. We hebben dat gekoppeld aan een aanbeveling voor een diverse en gemeenschapsgerichte wijkpolitie. Een politie die dus niet alleen divers is, maar ook dichtbij de mensen staat.'
Meryame Kitir
SP.A

5. Structuurhervorming bij de federale politie

De dossiers van de broers Abdeslam hebben aangetoond dat verschillende factoren, zoals onder meer het gebrek aan onderzoekscapaciteit en aan informatiedeling, ertoe leiden dat de leidinggevenden bij de federale politie onvoldoende daadkrachtig optreden. Daarom stelt de commissie 22/3 onder meer voor om de top van de federale politie meer hiërarchisch te maken en af te stappen van het strakke onderscheid tussen de bestuurlijke en gerechtelijke politie.

'Met de aanbevelingen van deze commissie wordt de politie zodanig gereorganiseerd dat de dossiers de behandeling krijgen die ze verdienen, en niet langer onderaan de stapel belanden.'
Meryame Kitir
SP.A

6. Infiltranten: ja, maar

Hoewel de superministerraad van mei het gras voor de voeten van de commissie 22/3 wegmaaide door zelf een regeling uit te werken voor burgerinfiltranten en spijtoptanten, blijft de commissie ervan overtuigd dat het inzetten van menselijke bronnen cruciaal is bij de opsporing van terroristische misdrijven. Wel benadrukt de commissie dat het zeer broze evenwicht tussen efficiënte opsporing en de vrijheden van burgers moet worden gerespecteerd.

7. Strafuitvoering verstrengen

Uit de zaak El Bakraoui blijkt dat de strafuitvoering in een aantal aspecten strenger moet. het vonnis vna de strafuitvoeringrechtbank over voorwaardelijke invrijheidstelling en bijzondere voorwaarden moeten uitgebreider worden gemotiveerd wanneer deze beslissing afwijkt van het advies van de gevangenisdirecteur of het openbaar ministerie. Gevangenen die voorwaardelijk vrij zijn en van wie er aanwijzingen zijn dat zij geradicaliseerd zijn, moet een reisverbod worden opgelegd.

'In het dossier van Ibrahim El Bakraoui hebben we gezien dat er fundamenteel gesleuteld moet worden aan de voorwaardelijke invrijheidstelling, zodat terroristen niet meer onder de radar kunnen verdwijnen. De lokale politie moét geïnformeerd worden, en de persoon in kwestie aanklampend opvolgen. Wat de gevangenissen betreft, moeten we niet naïef zijn: er zijn natuurlijk filières van terroristen, daarom is het noodzakelijk dat we de bezoekregeling verstrengen: als er aanwijzingen van radicalisme zijn, moeten bezoekers gescreend worden.'
Denis Ducarme
MR

8. De wijkagent is goud waard

De wijkwerking van de lokale politie moet geherwaardeerd worden vermits wijkagenten de eerste personen zijn die mogelijk in aanraking komen met geradicaliseerde personen of potentiële terroristen. Zij moeten de ruimte krijgen om informatie te vergaren en deze door te spelen naar het politionele en bestuurlijke niveau, zodat ook burgemeesters beter op de hoogte zijn van mogelijke dreigingen binnen het grondgebied waarvoor zij verantwoordelijk zijn.

'Informatie-uitwisseling gebeurt ook door mensen rond de tafel te brengen, onder meer in de cruciale Lokale Integrale Veiligheidscellen (LIVC's). We moeten het need-to-share principe hanteren in plaats van het need-to-know. Dat moet toestand dat overheden en veiligheidsdiensten vroeg kunnen detecteren, casusoverleg organiseren, prioriteiten kunnen stellen en dossiers beter kunnen monitoren.'
Patrick Dewael
Open VLD, commissievoorzitter

9. Samenwerking met Turkse politiek moet beter

De Belgische verbindingsofficier van de federale politie in Turkije bekleedt een sleutelfunctie in het opsporen van Syriëstrijders. Het is cruciaal dat de samenwerking met de Turkse politiek verbetert. België kan dit samen met andere EU-lidstaten aankaarten.

'Ondanks verschillende samenwerkingsakkoorden met Turkije stellen we vast dat de internationale samenwerking met dat land moeilijk blijft lopen. We betreuren de gang van zaken in het dossier-El Bakraoui, en stellen dan ook voor om in de toekomst de Belgische verbindingsofficier in Ankara te stationeren. Wat de heer Joris betreft, komt het niet aan de commissie toe om te oordelen over de verwijten aan zijn adres. Vast staat dat de regels duidelijker moeten zijn.'
George Dallemagne
CDH

10. Vaste recherchecapaciteit voor federaal parket

Van de 13.500 plaatsen binnen het personeelskader bij de federale politie zijn er voorlopig nog steeds maar 11.000 ingevuld. Dat weegt op de werking van de federale politie en op de hoeveelheid informatie die de diensten kunnen verwerken, doorspelen en beheren. Alle plaatsen invullen is dan ook een sterke aanbeveling van de commissie 22/3.

'Het is noodzakelijk dat het federaal parket, dat bevoegd is voor terrorisme, kan rekenen op een vaste recherchecapaciteit. We stellen geen eigen recherche voor, maar een systeem waarbij in de eerste plaats de rechercheurs van de vijf terro-FGP's (federale gerechtelijke politie) worden ingezet, vervolgens de rechercheurs van de andere negen FGP's en in de derde plaats zo nodig de grotere lokale korpsen. In piekperiodes kan er extra capaciteit worden toegekend, in luwe periodes minder. Daarnaast pleiten we voor het herstel van de algemene reserve van de federale politie, die de voorbije maanden en jaren uitgekleed is.'
Stefaan Van Hecke
Groen

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig