energie - Hoe de energiesector met grof geld de klimaatuitstap doordrukte

22 conservatieve Republikeinen overtuigden Trump (met 10 miljoen van de energiesector)

Republikeinse politici die president Trump influisterden het klimaatakkoord op te zeggen, ontvingen 10 miljoen dollar van de energiesector.

James Inhofe is niet de meest bekende Amerikaanse politicus. Maar invloedrijk is hij wel. Vorige week schreef hij, samen met 21 andere conservatieve Republikeinen, een brief aan president Trump met het dringende verzoek het klimaatakkoord van Parijs te verwerpen. Toeval of niet: de energiesector doneerde de afgelopen vijf jaar een half miljoen dollar aan Inhofe, en was daarmee de belangrijkste financier van zijn campagne. Inhofe is niet aan zijn proefstuk toe. Tijdens de klimaatonderhandelingen in Kopenhagen reisde hij hoogstpersoonlijk naar de Deense hoofdstad om deelnemers ervan te overtuigen geen klimaatakkoord te ondertekenen.

Ook de 21 andere Republikeinen staan financieel zwaar in het krijt bij de energiesector. Doordat politieke donaties verplicht geregistreerd moeten worden, is de herkomst van de campagnegelden vrij goed na te gaan. Websites zoal Open Secrets houden nauwkeurig bij wie hoeveel geld krijgt van welke sector. Elk van de 22 briefschrijvers is gul gefinancierd door zowel de olie- en gasbedrijven als de kolensector, zo blijkt uit een analyse van The Guardian.

De Britse krant heeft niet geanalyseerd welke individuele bedrijven op die manier invloed proberen te kopen. Maar via Open Secrets is dat gemakkelijk na te gaan. De voornaamste financier van James Inhofe blijkt Devon Energy te zijn, een oliebedrijf uit Oklahoma City. Dat is de hoofdstad van de staat die Inhofe vertegenwoordigt in de Senaat. Devon Energy werkte in het verleden nauw samen met Scott Pruitt, de klimaatscepticus die nu de Amerikaanse dienst voor leefmilieu leidt. Leuk detail: voor het parlement van Oklahoma is een decoratieve boortoren geplaatst. Als symbool voor de verwevenheid tussen de politiek en de energiesector kan dat tellen.

Ook andere leden van de groep lijken duidelijk de stem van de klimaatsceptische bedrijven te vertolken. Murray Energy, de grootste Amerikaanse uitbater van ondergrondse steenkoolmijnen, komt op verschillende lijstjes voor. Het is de grootste sponsor van senator James Risch, en staat bij John Barrasso en James Inhofe in de top-3. Murray Energy stuurde gisteren een persbericht om Trump te feliciteren met zijn beslissing.

In de lijst van senator John Cornyn vinden we zowel Exxon Mobil als Valero Energy terug. Beiden met hoofdkwartier in Texas, de thuisstaat van deze senator. Mike Enzi uit Wyoming wordt gesponsord door Peabody Energy, een van de grootste steenkoolbedrijven ter wereld en een beruchte sponsor van klimaatsceptici. Op zijn website vermeldt Peabody prominent zijn steun aan Trumps beslissing om het akkoord van Parijs op te zeggen.

De olie-, gas- en steenkoolsector doneerde vorig jaar aan geen enkele politicus zoveel geld als aan de Texaanse senator Ted Cruz. Ook hij hoort bij de ondertekenaars van de brief aan Trump. Net als senator Pat Roberts, die dan weer gesponsord wordt door Koch Industries, een industrieel conglomeraat met hoofdkwartier in Roberts’ thuisstaat Kansas. De eigenaars van dit enorme bedrijf, de broers Charles en David Koch, staan bekend om hun discrete financiële steun aan conservatieve politici.

Hoewel een deel van de olie- en gassector het klimaatakkoord wel degelijk ondersteunt, blijft een ander zich er dus met alle mogelijke middelen tegen verzetten. Bedrijven als Devon Energy, Murray Energy en Peabody Energy staan bekend als klimaatsceptische bedrijven. Andere sponsors, zoals Exxon Mobil en Valero Energy, hebben hun kar gekeerd. ‘Binnen de fossiele industrie is vooral het standpunt van Exxon Mobil belangrijk’, zegt Mathias Bienstman van de Bond Beter Leefmilieu (BBL). ‘Het was Rex Tillerson, nu Trumps minister van Buitenlandse Zaken, die in 2008 besloot de steun aan klimaatsceptische groeperingen af te bouwen. Zijn analyse was dat er een potentieel gevaar van schadeclaims zou ontstaan als bedrijven zich tegen de wetenschappelijke consensus bleven verzetten. De tabaksindustrie moest enorme schadevergoedingen betalen omdat ze het publiek had voorgelogen. De conclusie was dat het gevaarlijk is om onzin te blijven verspreiden’.

Helemaal denkbeeldig was dat niet. Steenkooldelver Peabody Energy werd in 2015 vervolgd omdat het zijn aandeelhouders zou hebben voorgelegen over de gevolgen van de klimaatopwarming. Het bereikte een schikking door te beloven voortaan oprecht te communiceren. Dezelfde aanklager die Peabody vervolgde, gaat nu achter Exxon Mobil aan.

Ook financieel gezien is het voor sommige energiebedrijven verstandig om in te zetten op groene energie. Zelfs voor steenkoolbedrijven. Cloud Peak Energy bijvoorbeeld, een steenkoolbedrijf uit Wyoming, heeft er bij Trump op aangedrongen het akkoord van Parijs te blijven respecteren. Dat zou immers een stimulans kunnen vormen voor de ontwikkeling van carboncapture and storage (CCS), een technologie om CO2 af te vangen en op te slaan. Op die manier zou steenkool klimaatvriendelijk gemaakt kunnen worden.