'We gingen samen oud worden. Waarom is me dat niet gegund?’
Foto: Fred Debrock
Een leven lang houden ze zich staande, tot er op latere leeftijd iets knapt. De partner sterft, na het pensioen volgt het zwarte gat of het lijf wil niet meer mee. dS Weekblad trok naar Intermezzo in het psychiatrisch centrum van Mortsel, waar 65-plussers worden opgevangen. ‘Wij horen zoveel verhalen van mensen naar wie niemand omkijkt.’
Hoe leren ouderen omgaan met een netwerk dat wegvalt, een lichaam dat sputtert? dS Weekblad sprak met hulpverleners en vroeg het de 65-plussers zelf. Zaterdag leest u het volledige verhaal in dS Weekblad. Hieronder leest u alvast een voorproefje.

Gerda krijgt iets schichtigs over zich als we even apart gaan zitten voor een gesprek. Al wil ze best vertellen hoe verlaten ze zich voelt sinds haar echtgenoot meer dan een jaar geleden ineen zeeg op vakantie. Hoe woedend ze was. En is. Dat net de man die al haar halve leven lang de zon terugbracht haar was ontnomen. Ze was diep katholiek opgevoed, maar van God en Jezus moest ze niks meer weten. ‘Zoveel slechte mensen huppelen door het leven, waarom namen ze mij mijn liefde af, net toen ik gelukkig was? We gingen samen oud worden. Waarom is me dat niet gegund?’


Nog elke avond stort ze haar hart uit tegen zijn urne. Haar rouw kan nu pas beginnen. Hiervoor kreeg ze de kans niet. Na zijn dood logeerde ze bij een kennis die haar naar eigen zeggen kleineerde. Gerda had geen verweer. ‘Ik ben er gaan inwonen omdat ik zo opzag tegen de eenzaamheid.’


Ze beseft stilaan dat alleen wonen niet meer kan, maar wat dan wel? Het idee van verhuizen ontmoedigt haar. ‘Weer een stuk van ons gedeelde verleden dat ik moet afsluiten.’ Ook al vecht ze ertegen en is ze nu in gezelschap, ze voelt zich soms zo door god en iedereen verlaten. ‘Mijn kinderen zijn geweldig, maar ze hebben ook een eigen leven.’ Zonder psychologe was het een kleine stap om weer te beginnen drinken, bekent ze. ‘Dan heb ik niemand maar toch mijn bier. Dan drink ik tot ik suf ben en in slaap val. Dan ben ik even weg van hier. Ik kan er nu aan weerstaan, maar wat als ik weer helemaal alleen ben?’


Ook Louis worstelt met alcohol. De joviale man met wilde haardos is in heropname op eigen verzoek. ‘Ik heb altijd graag een glas gelust, maar nu ben ik een serieuze dronkaard geworden.’ Zijn hand trilt als hij zijn glas spuitwater aan zijn mond zet. ‘Tja, ik heb de ziekte van Albert’, zegt hij lachend. Hij is de grappenmaker van de bende. Dat hij zou drinken om problemen te verjagen, doet hij af als quatsch. ‘Ik drink nooit thuis, maar altijd in gezelschap. Omdat ik graag onder de mensen kom. Al is dat natuurlijk ook een reden om niet thuis te zitten.’ 


Hij was het gelukkigst toen hij voor zijn kleinzoon moest zorgen, vertelt hij. ‘Een heerlijke tijd. Ik herinner me hoe we bij Bambi in slaap vielen in de zetel met een chocoladekoekje in onze hand. Toen we wakker werden, hing ons gezicht vol chocola. Relaties met kinderen zijn makkelijker dan met volwassen vrouwen.’ 


Gevoeligheid voor verslaving heb je of heb je niet, maar je blijft het wel je leven lang. Het is het eerste wat psychologe Kathleen Stessens vertelt in de groepstherapie. ‘De meeste mensen die bij ons zijn opgenomen hebben geen primair verslavingsprobleem’, benadrukt Stessens. ‘Hoewel sommige dronken, zijn ze erin geslaagd een carrière uit te bouwen of kinderen op te voeden. Dan zijn roesmiddelen veeleer een coping-mechanisme. Daarom spreken we van secundaire alcoholverslaafden. Bij hen loopt het vooral uit de hand bij een zware tegenslag.’ 


Hoe diep je valt, hangt af van hoe stabiel je leven is. ‘Vergelijk het met een stoel met vier poten. Eén poot is je partner, een tweede vrienden en familie, een derde je werk en een vierde je hobby’s. Als één poot onderuit wordt geschopt, kan je met drie andere stevige poten nog blijven staan. Heb je maar één stevige poot en breekt die, dan kan je diep vallen.’


Psychologe Kathleen Stessens reikt alternatieven aan voor thuis. ‘Eén weduwe gaat nu als ze zin krijgt in alcohol een taartje bij de bakker kopen.’ Nog een belangrijke les: blijf beducht voor herval. ‘Een patiënt noemde alcohol een duiveltje. Soms slaapt die wel, maar weg gaat hij nooit. Je daar bewust van zijn, is een eerste stap.’

Zaterdag leest u in dS Weekblad de volledige reportage over Intermezzo, de afdeling ouderenpsychiatrie van het psychiatrisch centrum Multiversum. ‘Vroeger trof ik als thuisverpleegster soms een lade vol pillen aan. Sommige ouderen slikken benzodiazepinen als snoepjes’