'Limburg mag erg fier zijn op dynamiek van arbeidsmarkt'
“Mijn advies aan alle werknemers: blijf niet in je gouden kooi zitten.” (VDAB-directeur Jo De Cock) Foto: (sm)
Een jaar geleden werd Jo De Cock aangesteld als directeur van VDAB Limburg. In die periode heeft ze een goed beeld gekregen van zowel de provinciale arbeidsmarkt als van de eigen organisatie. Beide hebben haar in positieve zin verrast. Maar het kan nog beter. Nu de studieronde na haar aanstelling voorbij is, wil ze met enkele specifieke accenten de toekomst een duwtje in de juiste richting geven.

Uitgezonderd een aantal familieleden die uit deze provincie afkomstig zijn, had Jo De Cock bij haar aantreden geen directe link met Limburg. “Ik ben afkomstig uit Vlaams-Brabant en woon in Kontich, dus kende ik Limburg inderdaad niet zo goed”, zegt ze. “Ik heb daar echter geen nadeel van ondervonden. Misschien was het zelfs een voordeel, want zo kon ik met een schone lei en zonder stempel aan mijn opdracht beginnen. Ik ben in ieder geval overal heel goed onthaald. Limburgers zijn heel joviaal en vriendelijk.”

Regelneverij

Eerste vaststelling: VDAB is een complexe organisatie. “Werken in een overheidsorganisatie is iets anders dan in een onderneming. Al moet ik erbij zeggen dat ook in de privé de onderlinge verschillen erg groot kunnen zijn, bijvoorbeeld qua bedrijfscultuur. Mijn inschatting bij de eerste kennismaking met VDAB is dat er erg hard gewerkt wordt en iedereen zijn verantwoordelijkheid opneemt om de publieke middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten. De dagelijkse overgave van onze medewerkers staat haaks op het stereotiepe beeld van de ambtenaren die, omdat het moet, hun uren komen kloppen.”

Tweede conclusie: het eigen personeelsbeleid is wel verschillend. “In tegenstelling tot de flexibiliteit die we extern faciliteren, zit VDAB zelf soms gewrongen in het overheidsstatuut. Dat heeft rare gevolgen, zoals mensen die moeten solliciteren om hun eigen job te kunnen behouden. Hoewel er beterschap is, bestaat er nog veel regelneverij en dat is een gemiste kans. Omdat we extreem gebonden zijn aan bepaalde voorschriften, worden onze mensen kansen ontnomen. Jammer.”

Dynamisme

Na een jaar in functie heeft de VDABdirecteur al een goed zicht gekregen op de toestand van de Limburgse arbeidsmarkt. “Ik had het geluk dat bij mijn aantreden de tendens in de goede richting begon te gaan”, zegt ze. “De werkloosheidsgraad bedraagt momenteel 7%, waarmee we bijna op het Vlaams gemiddelde van 6,9% zitten. Het is geleden van voor de sluiting van de steenkoolmijnen dat het verschil nog zo klein was. Limburg heeft veel te danken aan de veerkracht die de ondernemingen aan de dag hebben gelegd na de sluiting van Ford Genk. Tussen maart 2016 en maart 2017 is het aantal vacatures met 36% toegenomen. Toen ik hier arriveerde dacht ik een gemeenschap aan te treffen die in zak en as zat. Niets was minder waar. Het dynamisme en de wil om er bovenop te geraken hebben me enorm verrast. Limburg maakt daar te weinig reclame voor. Het mag gerust wat meer verteld worden dat alle bedrijven en instanties sterk bezig zijn.”

Inclusief de VDAB. “Zeker. Het creëren van jobs is uiteraard niet onze verdienste, dat doen de werkgevers. Maar in de bemiddeling met de werkzoekenden zijn we inderdaad bezig aan een mooi parcours. Vooral bij degenen die niet zo zelfredzaam zijn en een helpende hand kunnen gebruiken. We geven hen meer kansen door de ondersteuning bij de zoektocht naar wat ze willen en welke job bij hen zou passen.”

Ontwikkeling

Een tweede aspect waar Jo De Cock haar organisatie in stimuleert, is de sensibilisering van de werkgevers. “Onze boodschap is dat ze bij de aanwerving van nieuwe medewerkers meer moeten kijken naar competenties en minder naar het diploma. Ook leeftijd speelt nog teveel een rol: te jong of te oud. We vertellen hen bovendien dat ze meer oog moeten hebben voor de permanente ontwikkeling van hun werknemers. Menselijk kapitaal moet in beweging blijven. Daar zijn niet altijd grote budgetten voor nodig.”

“Zo vind ik het onbegrijpelijk dat sommige grote bedrijven nog steeds oudere werknemers thuis laten zitten met behoud van loon. Zou de kost die dat met zich meebrengt niet beter besteed worden aan tijdige herscholing en intensieve begeleiding naar ander werk? Nog een voorbeeld: het toekennen van ‘rimpeldagen’ aan ‘oudere’ werknemers vanaf 45 jaar. Zo versterk je ook het idee bij de werknemers zelf dat hun job te zwaar is, alhoewel ze op die leeftijd amper halverwege hun carrière zijn en dus allesbehalve versleten...”

>

>

>