Hoe geef ik laattijdig ontvangen loon in?
Foto: Jimmy Kets

Mijn echtgenoot en ik gingen in september 2015 op pensioen. Vorig jaar kregen we regelmatig nog laattijdige uitbetalingen van verrichtingen die we voor 2015 hadden gedaan. Hoe moeten deze inkomsten nu aangegeven worden?

Uw pensioen geeft u aan in Vak V.

Laattijdige uitbetalingen voor verrichtingen uit 2015, zijn vermoedelijk achterstallen. Hoe die belast worden, en waar u die moet aangeven, hangt af van het type van achterstallen: het kan gaan om achterstallige bezoldigingen of achterstallige erelonen. Anderzijds kan het ook gaan om winsten en baten van een vorige beroepswerkzaamheid.

Achterstallige bezoldigingen zijn bezoldigingen (werknemer, ambtenaar) die door toedoen van de overheid of wegens het bestaan van een geschil met de werkgever betaald worden in een later kalenderjaar dan het jaar waarop ze betrekking hebben (in uw voorbeeld: bezoldiging voor verrichtingen in 2015, die pas in 2016 werd betaald). Deze achterstallen geeft u aan in Vak IV ‘Wedden, lonen, …’ in rubriek A ‘Gewone bezoldigingen’ onder punt 6. ‘Achterstallen’ – code 1252/2252.

Achterstallige erelonen zijn baten die betrekking hebben op gedurende meer dan twaalf maanden geleverde prestaties en waarvan de laattijdige uitbetaling te wijten is aan de openbare overheid. Deze inkomsten zijn belastbaar in het jaar dat u ze ontvangt, ook al slaan ze op een ander jaar (in uw voorbeeld: ook al zijn de prestaties verricht in 2015, de inkomsten zijn belastbaar in 2016 als de vergoeding pas in dat jaar werd uitbetaald). U moet ze dus inderdaad dit jaar aangeven. Deze achterstallen geeft u aan in Deel 2 van de aangifte, in Vak XIX ‘Baten van vrije beroepen, ambten …’ onder punt 4. Achterstallige erelonen – code 1652/2652.

Ten slotte kan het ook zijn dat u nog baten (vrij beroep) of winsten (ondernemer) behaalt uit uw vroegere beroepswerkzaamheid. Ook de inkomsten die u nog verwerft uit een beroepswerkzaamheid die u heeft stopgezet zijn nog belastbaar (In uw voorbeeld: inkomsten die u verkreeg in 2016, terwijl u in 2015 uw beroepsactiviteit heeft stopgezet).

Ook voor deze inkomsten geldt een bijzondere regeling. Die wordt enkel toegepast als u uw activiteit volledig en definitief heeft stopgezet. Deze inkomsten geeft u aan in een apart vak: Deel 2 van de aangifte, Vak XII ‘Winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid’ onder punt 4. ‘Winsten en baten verkregen of vastgesteld na de stopzetting’ – code 1695/2695. Als u na de stopzetting nog kosten heeft gemaakt die betrekking hebben op uw stopgezette beroepsactiviteit, dan kan u deze nog als beroepskosten aftrekken. U geeft ze dan aan in hetzelfde vak onder punt 7. ‘Werkelijke beroepskosten betaald of gedragen na de stopzetting’ – code 1696/2696 en 1697/2697.

Al de hierboven genoemde inkomsten worden aan een bijzonder regime (apart tarief) onderworpen.

De experts van Wolters Kluwer beantwoorden dagelijks een vaak voorkomende belastingvraag die lezers ons gesteld hebben.