Bits gevecht om geld voor M-decreet
Foto: Jordi Huisman/hh
Een dringende hervorming van het M-decreet zit op zeven weken voor het einde van het schooljaar nog steeds vast. Veel leerkrachten blijven daardoor in het ongewisse over hun toekomst: werken ze in september nog in het buitengewoon of in het gewoon onderwijs, of verliezen ze zelfs hun job?

De kern van het probleem? Leerkrachten uit het gewoon onderwijs ervaren sinds de invoering van het M-decreet extra werkdruk. Door dat decreet volgen immers meer leerlingen met een zorgnood of een beperking les in het gewoon onderwijs, in plaats van in het buitengewoon onderwijs. Leerkrachten smeken om meer hulp.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) heeft geld voor 300 extra leerkrachten beloofd. Maar ze koppelt aan dat geld ook een hervorming van de begeleiding voor leerlingen met een beperking. Nu bestaan er immers verschillende systemen naast elkaar en is het een rommeltje. Eén model met ‘ondersteuningsteams’ die de scholen helpen: dat is het idee.

Maar de minister, de vakbonden en de onderwijskoepels geraakten het na weken onderhandelen nog niet eens. 

Waar de nood hoogst is

De verdeling van het geld is een grote splijtzwam. Het gaat in totaal om zo’n 103 miljoen euro voor volgend schooljaar. 
Op dit moment ligt er een voorstel van Crevits op tafel waarbij het geld verdeeld wordt over de ondersteuningsteams volgens een 70/30-verdeelsleutel: 70 procent, op basis van het aantal leerlingen op de scholen waar de teams werken, en dertig procent volgens het aantal kinderen met een zorgnood. ‘Leerlingenaantallen wegen dus meer door dan het aantal zorgkinderen. Middelen kunnen dus ook terechtkomen op  plaatsen waar de nood niet het hoogst is’, hekelt Elisabeth Meuleman, Vlaams parlementslid voor Groen. ‘Er is geen enkele garantie dat het geld op de juiste plaats geraakt: bij de kinderen met zorg­noden en hun leerkrachten.’  

Volgens Groen speelt dit voorstel volledig in de kaart van het katholieke onderwijs, omdat zij de meeste leerlingen in huis hebben. 
‘Het klopt dat we erop vooruitgaan, maar procentueel gezien winnen het gemeentelijk en  het provinciaal onderwijs tot het dubbele meer’, zegt Lieven Boeve, topman van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen. De grote verliezer van het 70/30-plan is het gemeenschapsonderwijs (GO!). Maar zij kregen vroeger wel meer geld uit de pot. ‘Dit is een correctie op het verleden’, verklaart Boeve.  ‘Zo kunnen de andere netten ook voldoende middelen besteden aan de zorg voor hun leerlingen.’ Er zou wel gewerkt worden aan een overgangsmaatregel, zodat de middelen van  het GO! niet té plots dalen. 

‘Verspreide slagorde’

Een tweede knelpunt stoot vooral op politiek verzet. De onderwijsverstrekkers willen de begeleidingsteams ‘netgebonden’ organiseren. Dat wil zeggen: ieder net heeft zijn eigen experts.  ‘Dat is niet logisch’, vindt Meuleman. ‘Drie of vier teams zullen parallel werken binnen een regio, in verspreide slagorde. De begeleiders zullen dus veel verder moeten rijden naar de scholen van hun eigen koepel, wat verloren tijd betekent.’ Open VLD en N-VA delen die kritiek.

Maar Boeve verdedigt de aanpak: ‘Zorg in de klas is de essentie van ons pedagogisch project, dat is niet zomaar iets technisch’, merkt hij op. ‘We organiseren die zorg dan ook best zelf. Maar dat betekent niet we onze expertise niet willen delen met andere scholen. Integendeel, dat doen we nu al, en dat zetten we zeker verder.’

Crevits benadrukt  dat de onderhandelingen nog lopen. Dinsdag is er opnieuw overleg gepland. De vakbonden hopen alvast op een doorbraak.  Maar verschillende betrokkenen pleiten er stilaan voor om de hele hervorming gewoon een jaartje uit te stellen. ‘De timing is écht niet realistisch’, meent ook Meuleman