Jonge daders en slachtoffers niet meer samen opgesloten

Alleen jongeren die criminele feiten plegen, zullen nog worden opgesloten in gemeenschaps­instellingen zoals in Mol of Ruiselede.

Een 16-jarige die geweld- of zedenfeiten pleegt, kan vandaag op dezelfde plek terechtkomen als een 16-jarige die het slachtoffer is van geweld- of ­zedenfeiten. Jongeren die opgroeien in een verontrustende situatie maar bijvoorbeeld dreigen weg te lopen, krijgen met andere woorden een plaats in dezelfde gesloten gemeenschapsinstelling als jonge daders. In Vlaanderen zijn er vier zulke gesloten instellingen, met in totaal 319 gesloten plaatsen. De bekendste zijn ‘De Kempen’, rond Mol, en ‘De Zande’, in de streek tussen Tielt en Brugge. Daar komen vooral jongens terecht.

Die mix van daders en slacht­offers is verwarrend, in de eerste plaats voor henzelf. Een grondige hervorming van het jeugdrecht moet nu voorkomen dat beide groepen worden gemengd. Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) gaat die hervormingen nog voor de zomer bespreken in de Vlaamse regering. Jonge slachtoffers die bescherming nodig hebben, zouden ­alleen nog in private jeugdvoorzieningen worden geplaatst. De gemeenschapsinstellingen zullen in principe voor de daders zijn.

‘We gaan voor duidelijke en aparte reacties op delicten, waarbij het voor de jongere helder is dat die het gevolg zijn van het ­delict’, zegt Vandeurzen. ‘Maar als er hulpverlening nodig is, mogen we dat natuurlijk niet uitsluiten. We zijn ervan overtuigd dat we vandaag over de instrumenten beschikken om dat bij de aanvang van een traject (in de jeugdzorg, red.) alvast te realiseren.’

Een duidelijke reactie op delicten is ook voor de N-VA een stokpaardje (DS 29 september 2016). Net zoals jeugdrechters en -advocaten en de Kinderrechtencommissaris is de N-VA’er Lorin Parys voorstander van een gescheiden opvang. ‘Anders weet de jongere soms niet meer of het gaat om een straf of om hulp’, zegt Parys.

In complexe gevallen is wel niet altijd even duidelijk of de jongere slachtoffer dan wel dader is. ‘Alleen een repressief antwoord zal dus ook niet altijd volstaan’, vindt CD&V-parlementslid Katrien Schryvers. Dat betekent dat de inschatting bij plaatsing nog belangrijker wordt dan ze nu al is. Daar heeft Vandeurzen vertrouwen in. ‘We zetten al langer in op een grondige, onderbouwde inschatting voor iedere jongere. Dat principe moeten we opnemen in het nieuwe decreet.’