Politici kunnen ongestraft loze beloftes blijven doen
Foto: Katrijn Van Giel
De kans is groot dat partijen zich ook in 2019 nog volop mogen bezondigen aan loze verkiezingsbeloftes. Vlak voor de stembusgang van 2014 keurden alle partijen nochtans een wet goed die het Planbureau belast met de objectieve berekening van alle partijprogramma’s, maar die wet is totaal onuitvoerbaar. En veel animo om de scheve situatie recht te trekken, is er niet.

's Lands meest bekende socioloog Luc Huyse bestempelt het als een van de factoren die onze democratie verziekt: de vele valse verkiezingsbeloftes die telkens weer opduiken. Hij riep de politiek op om het Planbureau voldoende middelen te geven om de verkiezingsprogramma’s in 2019 afdoende onder de loep te kunnen nemen. Want er bestaat daarover wel degelijk een wet. Die werd enkele dagen voor de verkiezingen van 2014 van kracht. Alle partijen keurden die goed, zodat het Planbureau officieel de opdracht krijgt om na te gaan wat voorstellen zoal kosten en welk effect ze hebben.

Alleen ... nu blijkt dat die wet met spuug en paktouw aan elkaar hangt. 'De wet moest per se worden gestemd en niemand wou zich er tegen kanten, maar nu zitten we ermee', zegt N-VA-Kamerlid Inez De Coninck, voorzitter van de parlementaire werkgroep die zich over het vraagstuk buigt.

Onmogelijk op tijd te berekenen

Wat is het probleem? Dat de omvang van het werk zo groot is dat het Planbureau onmogelijk alles op tijd kan berekenen. Nederland heeft hier al 30 jaar ervaring mee en heeft 90 mensen om het programma van een tiental partijen te berekenen. In ons land beschikt het Planbureau voorlopig over acht mensen en moeten de voorstellen van – in het slechtste geval – 70 partijen worden doorgelicht. Want niet alleen de formaties die in het parlement zitten, maar ook de andere – niet-verkozen – partijen kunnen hun programma aan het Planbureau bezorgen.

'Als de wet blijft zoals die nu is, moeten we 30 à 40 mensen bijkrijgen', zegt een topman van het Planbureau. En wat het allemaal nog wat moeilijker maakt: niet alleen de federale programma’s, maar ook die voor de Vlaamse, Waalse en Europese verkiezingen moeten worden onderzocht. Ook de timing zorgt voor kopzorgen: indien het Planbureau zo vlak voor de verkiezingen zelf met zijn oordeel komt, zou dat het resultaat wel eens kunnen beïnvloeden.

Goede wil

Het Planbureau blijft het werk verderzetten – de instelling oefent al op programma’s uit 2014 – maar stelt ook zelf vast dat er politiek weinig beweegt. Sommige partijen lijken ook niet veel zin meer te hebben om alles weer op het goede spoor te zetten. 'De goede wil is er bij iedereen wel, maar tegen welke prijs? We gaan nu ook weer niet alle landsmiddelen ter beschikking stellen voor iets dat politiek bijzonder weinig resultaat heeft', zegt Open VLD-Kamerlid Luk Van Biesen. En ook zijn N-VA-collega Inez De Coninck heeft zo haar twijfels. 'Ons land is zo ingewikkeld. Alle bevoegdheden lopen door elkaar. Ik ben dan ook sceptisch over de kansen op slagen', meent ze. SP.A-Kamerlid Karin Temmerman blijft wel 100 procent achter het voornemen staan.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig