Waarom Raymonds meisjes niet langer ‘zelden klaar’ komen

‘Meisjes. Je bent er nooit mee klaar, mijnheer.’ zingt Raymond van het Groenewoud in een nieuwe versie van zijn klassieker ‘Meisjes’. Dat is een stuk minder ondeugend dan in het origineel uit 1977. Maar er is een reden voor, zegt de zanger.

Op 19 mei verschijnt ‘Allermooist op Aard’ een nieuw album van Raymond van het Groenewoud. Daarmee viert hij de veertigste verjaardag van zijn hit ‘Meisjes’ het nummer dat destijds zijn doorbraak betekende. Op het album staat nieuw werk, net als enkele opgefriste en herwerkte nummers (”Zij houdt van vrijen” bijvoorbeeld met extra zang van Koen Wauters). Het belangrijkste is evenwel de nieuwe versie van de hit Meisjes. ‘Een hedendaagse versie’ van ‘Meisjes’, zegt de persmap. Raymond zingt het nummer samen met onder meer Slongs Dievanongs, Tine Reymer, Lara Chedraoui, Hannelore Bedert en Lady Linn.

Wat er zo hedendaags aan is, valt snel op. De stuwende koebel is weg, schreef Dominique Deckmyn vanmorgen in De Standaard. En de tekst is aangepast.

In de nieuwe versie maken meisjes ons nog altijd zot en kapot. Ze zijn nog steeds het allermooist op aard en komen tevens goed van pas. Maar wat helemaal weggevallen is, zijn de welgebouwde ‘Amelinckx’ meisjes genoemd naar de inspiratieloze flatgebouwen van destijds. Helemaal opvallend is het wegvallen van de zin ‘Ze komen zelden klaar, meneer’. Het is nochtans de zin waar destijds het meest ophef rond bestond en een zin die op elk concert (al te) graag werd meegebruld.

In de nieuwe versie zingt Raymond gewoon ‘Je bent er nooit mee klaar, mijnheer.’

Een bewijs dat de 21ste eeuw vrouwvriendelijker is dan de 20ste?

In een mail aan ons, geeft de zanger een ander antwoord. ‘Een antwoord zou kunnen zijn dat ze ondertussen heel de tijd klaar komen, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik het wat beu gezongen was, dat “stoutmoedig” fragmentje. Plots viel mij die nieuwe wending in, en daar heb ik dan weer wat meer arbeidsvreugde bij, net zoals ‘amore en ambras’ in plaats van ‘soms stort ik in hun kas’, wat ik buiten het woordspelige wat bot of lomp vind.