Militairen hebben werk politie niet verlicht
Foto: BELGA

De politie apprecieert de steun van militaire patrouilles. ‘Maar het is een misvatting dat dit heeft geleid tot extra capaciteit voor andere opdrachten.’

Door militairen in te zetten voor bewakingsopdrachten zou de politie zich kunnen focussen op andere zaken: dat was ruim twee jaar geleden hét argument om para’s uit de kazernes te halen en in de grote steden in te zetten. De patrouilles in kaki-uniform waren (en zijn nog altijd) de meest zichtbare antiterreurmaatregel die de regering-Michel heeft ingevoerd.

In de praktijk hadden de militairen een ander effect. ‘Het idee dat hun inzet leidde tot het vrijmaken van capaciteit (bij de politie, red.) voor andere opdrachten, blijkt een misvatting te zijn’, staat in een rapport van het Comité P, dat toezicht houdt op de politiediensten. Het Comité bevroeg verschillende politiezones om de praktische gevolgen van terreurniveaus drie en vier in kaart te brengen.

De politie van de zes Brusselse zones, Luik, Antwerpen en Charleroi beantwoordde vragen over de inzet van militairen. ‘De inzet was wel noodzakelijk en betekende een duidelijke meerwaarde op het terrein’, blijkt daaruit.

‘De militaire aanwezigheid was positief voor het veiligheidsgevoel’, verklaart Kamerlid Koenraad Degroote (N-VA). Dat wordt bevestigd door het rapport.

Maar tegelijk heeft de politie zich moeten reorganiseren, bijvoorbeeld om de militairen te omkaderen, om overleg te organiseren of om eigen patrouilles stand-by te houden. Daardoor konden die personeelsleden ook geen andere taken krijgen.

En omdat de militairen instaan voor de bewaking van plaatsen waar vroeger geen politie stond, blijft de gewone politiewerking even groot. De steun van Defensie laat de politie wel toe om geen extra overuren te draaien en speciale acties op poten te zetten.

Wijkwerking

Het aanhoudende dreigingsniveau drie voor het hele land, wat inhoudt dat een aanslag ‘mogelijk en waarschijnlijk’ is, heeft een grote impact op de gewone dagelijkse werking van de politiediensten, blijkt ook nog uit de bevraging. De politie moest gebouwen aanpassen, commissariaten sluiten, extra materiaal kopen, enzovoort.

Dat liet zich voelen. ‘Wanneer de beveiliging van de politieman versterkt wordt, verzwakt de beveiliging van de burger’, staat te lezen.

Vooral de wijkwerking en het verkeer, twee basisfuncties voor de lokale politie, hebben te lijden onder de verhoogde dreiging. Het is werk waarbij er constant contact is met (groepen) mensen. Maar net in die gevallen is besloten om zo weinig mogelijk alleen de straat op te gaan. De Vaste Commissie van de Lokale Politie, dat de zones overkoepelt, vindt dat de ‘gemeenschapsgerichte politiezorg’ zo onder druk is komen te staan.