Aantal priesters blijft dalen in Vlaanderen
Foto: Lisa Van Damme; LVD

Over een dikke tien jaar zijn er in Vlaanderen nog amper 237 actieve priesters, zo berekende het ­katholieke weekblad Kerk+Leven. ‘De kerk zal zich op korte tijd énorm moeten aanpassen aan die nieuwe realiteit’, waarschuwt godsdienstsocioloog Wim Vandewiele. Door bijvoorbeeld het takenpakket van leken nog verder uit te breiden.

Het gaat razendsnel met het priestertekort. Zo’n twintig jaar geleden waren er in Vlaanderen nog bijna 5.000 priesters. De jaren ervoor zelfs een veelvoud ervan. ‘De katholieke kerk in Vlaanderen komt – ook in vergelijking met sommige van onze buurlanden – uit een tijd van énorme weelde, Roomse weelde, noem ik het altijd. In elke parochie was een pastoor, vaak geassisteerd door nog eens één of twee hulppastoors’, aldus Wim ­Vandewiele, godsdienstsocioloog aan de KU Leuven.

De toekomst zal er echter een van grote schaarste zijn, zo blijkt uit berekeningen van het ­katholieke weekblad Kerk+Leven. Dat voorspelt dat er tegen 2030 in Vlaanderen nog zo’n 237 actieve pastoors zullen zijn, en met actief bedoelen ze jonger dan 70 jaar. Ter vergelijking: Vlaanderen – waar ook het kerkbezoek fors achteruitgaat – telt vandaag op papier nog zo’n 1.800 parochies.

Gelet op het huidige priestertekort werken vele parochies daarom noodgedwongen al nauw samen, en zijn bijna alle pastoors intussen verantwoordelijk voor meerdere parochies. Zo is Jef Barzin (70) op papier intussen pastoor van maar liefst dertien Antwerpse parochies. Hij probeert maandelijks in minstens acht van zijn parochies één keer voor te gaan in de eucharistie. ‘In de toekomst met nog minder collega’s nog meer parochies bedienen, is niet haalbaar’, aldus Barzin. ‘Dan zou het voor mij dag en nacht werken zijn, en dat is niet vol te houden.’

Leken

‘Het zal de komende jaren voor de kerk in Vlaanderen een énorme uitdaging worden om zich aan te passen aan de ­realiteit van zo weinig actieve priesters’, aldus Vandewiele, die het cijfer van 237 zelfs nog een te hoog getal vindt, vermits vele van de nog actieve priesters al op hoge leeftijd zijn. Gelukkig is de kerk bezig zich aan te passen’, aldus nog Vandewiele. ‘Denk bijvoorbeeld aan een aantal parochies die geen pastoor meer hebben en waar gebedsdiensten in de plaats zijn gekomen, geleid door een gebedsleider die aangesteld en opgeleid is door het bisdom.’ En in andere parochies verzorgen leken op drukke momenten ook al huwelijken en doopplechtigheden.

De kerk beseft zelf ook dat het de komende jaren radicaal zal moeten veranderen, zo bevestigt Tommy Scholtes, woordvoerder van de Bisschoppenconferentie. ‘De bisschoppen zijn met elkaar in gesprek over mogelijke oplossingen, bijvoorbeeld over het toevertrouwen van nog meer taken aan leken’, aldus Scholtes. ‘Dat de instroom van nieuwe priesters aan de lage kant is, weten we al langer. Anderzijds: wie zegt dat er zich over enkele jaren niet opnieuw meer kandidaten geroepen voelen, wanneer eventueel ook gehuwde mannen zich kandidaat zouden kunnen stellen?’