Toxicoloog Mark Martens verdedigt zijn functie bij Monsanto.

‘Ik geef toe dat er aanvankelijk zenuwachtigheid heerste bij Monsanto toen professor Parry zijn conclusie presenteerde dat glyfosaat misschien toch genotoxisch is’, zegt Mark Martens, de Belgische toxicoloog die eind jaren 90 in dienst van Monsanto werkte. ‘Het klopt ook dat Monsanto aanvankelijk geen bijkomend onderzoek wilde doen, zoals Parry aanraadde. Maar ik heb Monsanto kunnen overtuigen om dat toch te doen.’

Martens, die in de Monsanto Papers genoemd wordt als de man die contact had gelegd met Parry, wilde aanvankelijk niet reageren. ‘Ik ben opgeroepen om te getuigen in de rechtszaak in de VS, maar omdat nu blijkt dat de rechter alle informatie publiek heeft gemaakt, wil ik toch mijn versie van de feiten geven.’

‘Er was in 1997 Italiaans onderzoek verschenen dat glyfosaat DNA-schade zou veroorzaken. Dat was in tegenspraak met onze eigen bevindingen. Daarom had ik Parry gevraagd om dat onderzoek te bekijken. Aanvankelijk wilde Monsanto inderdaad geen bijkomend onderzoek doen, zoals Parry voorstelde. Maar later is Monsanto dus van mening veranderd. We hebben in ons lab in St. Louis glyfosaat ingespoten in de buikholte van muizen. Daaruit bleek dat er toxische letsels waren aan het buikvlies, de lever en de nieren en dat er ontstekingen waren, maar geen DNA-schade. Bij orale toediening was er geen toxische reactie bij de lever en de nieren en geen DNA-beschadiging. Die resultaten zijn ook gepubliceerd. Daarna hebben we muizen ingespoten met Roundup én met Roundup zonder glyfosaat. Daaruit bleek dat de gezondheidsschade dezelfde was. Met andere woorden, de schade wordt niet veroorzaakt door glyfosaat, maar door de detergenten die in Roundup zitten.’

Martens wil nog kwijt dat hij zichzelf niet ziet als een lobbyist. ‘Ik werk voor chemische bedrijven om hun producten te verdedigen, maar ik geef de bedrijven advies als wetenschapper, dat is iets anders dan lobbyist zijn.’ (ig)