Bernard Wesphael vindt procedure voor burgerlijke rechtbank ‘ongepast’
Foto: BELGA

De Waalse ex-politicus Bernard Wesphael, die vrijgesproken is voor de doodslag op zijn vrouw, vindt het ‘ongepast’ dat de zoon van het slachtoffer voor de burgerlijke rechtbank een schadevergoeding probeert te verkrijgen. Dat heeft Didier Pire, de advocaat van Wesphael, meegedeeld.

Wesphael werd op 6 oktober 2016 door het hof van assisen in Bergen vrijgesproken van doodslag op zijn vrouw Véronique Pirotton. Het slachtoffer werd op 31 oktober 2013 dood aangetroffen in een hotelkamer in Oostende.

Maar volgens de krant Le Soir start de zoon van Véronique Pirotton nu voor een burgerlijke rechtbank een procedure op om een schadevergoeding te eisen. De minderjarige Victor Pirotton wordt vertegenwoordigd door zijn vader. In de dagvaarding schrijft hun advocaat, Philippe Moureau, dat de eisers vaststellen dat het strafproces geen uitsluitsel heeft geboden over de oorzaak van Pirottons dood.

De advocaat van Wesphael schrijft in een reactie dat zijn cliënt ‘aangedaan’ is door de beslissing om naar de burgerlijke rechtbank te stappen. Het is duidelijk dat de vader van Victor ‘het verdict van het assisenhof niet aanvaardt en blijk geeft van een ongebruikelijke hardnekkigheid’, zo vermeldt de mededeling.

Hij benadrukt ook dat er voor het bekomen van een schadevergoeding sprake moet zijn van schade, een vergrijp en een oorzakelijk verband tussen beide. ‘Als er schade bestaat voor Victor, dan is die momenteel niet kwantificeerbaar’.

Voorts betreurt de advocaat dat de vader van Victor Pirotton net nu naar de burgerlijk rechtbank stapt. Hij benadrukt dat de eiser volgende maand achttien wordt en dus zelf zou kunnen optreden. De advocaat ziet de klacht dan ook als een demarche van de vader van Victor.

Pire stelt bovendien dat de vader op geen enkele manier financiële schade heeft geleden. ‘Moeten we eraan herinneren dat Véronique Pirotton alleen de kosten voor de opvoeding en het onderwijs van Victor op zich heeft genomen (...) en dat ze daarbij de financiële steun had gekregen van Bernard Wesphael?’

In de dagvaarding is verder nog te lezen dat de eisers eraan denken ook de Belgische staat te dagvaarden vanwege ‘de houding van het openbaar ministerie’ tijdens het proces, en omdat zij, als burgerlijke partij, niet naar het Hof van Cassatie konden stappen.