Stef Kamil Carlens tussen troubadour en gitaargod
(archiefbeeld) Foto: koen bauters

Stef Kamil Carlens is bijna klaar om als solo-artiest op tournee te gaan. In Brugge weifelde hij nog een beetje of hij nu sfeervolle troubadour, dan wel bluesy gitaargod wil zijn.

Op zijn 46ste wil Carlens het solo proberen. Hij heeft lange tijd een band gehad, Zita Swoon, die veel medezeggenschap had in de muziek. En hij heeft andere muziek gemaakt voor theater en film. Die dienstbaarheid laat hij nu achter zich, het gaat om zijn eigen expressie. Stuck in the status quo, zijn eerste liedjesalbum in tien jaar, verscheen onlangs onder eigen naam. Hij nam de muziek nagenoeg alleen op. Dat heet: uitkomen.

Op het podium in de Magdalenazaal in Brugge stond een merkwaardige ‘troon’ die dat symboliseerde. Voor ‘Rumble factories’ ging Carlens op een Cubaanse percussiekist (cajon) zitten, gitaar en mondharmonica erbij, de voeten op een archaïsche voetbas en nog een marimba vlakbij. Een eenmansorkest, zoals je ze ook wel ziet langs de straten in Barcelona of in Latijns-Amerika. Hij zou eigenlijk ook alleen kunnen concerteren.

Maar we verkiezen hem toch met band. Zoals altijd heeft hij inventieve, aanvullende muzikanten gekozen. Wim Debusser is het soort percussionist dat dwars door stijlregisters heen tikt, veegt en groovet. Hij zong vaak in harmonie mee en bespeelde tussendoor een harmonium. Bassist Nicolas Rombouts is de donkere rots in de muziek. Alma Auer versiert waar ze kan met haar harp, en zingt de meeste songs mee. Toetsenvrouw Nele Ponsaers mag de arrangementen van de plaat op het podium waarmaken: ze doet dat vlekkeloos.

De meeste songs van de nieuwe plaat kwamen aan bod. Carlens zoekt daarin naar een nieuwe sound. Hij heeft geen echte drummer, en werkt graag in lagen. In ‘Opaque Paradis’, een van de vele maatschappijkritische songs, zag je Rombouts strijken op zijn contrabas, Debusser bezig op zijn harmonium en Ponsaers op haar keyboards. Dat was vrij zwaar en dramatisch. ‘Jo’s wine song’, uit zijn debuutplaat met Moondog Jr (1995), was dan weer zompige liefdesblues.

Andere songs klonken funky, met Latijnse accenten. In ‘Dream blues’ liet Carlens een eerste keer horen dat hij zich in de voorbije jaren bijgeschaafd heeft als solo-gitarist. Ook in ‘Hot Hotter Hottest’, een van de weinige ‘hits’ in de setlist, nam hij de tijd om uit te freaken op gitaar. Ooit vertelde de zanger ons hoe hij in zijn jonge jaren fan was van AC/DC, en dat beeld kwam een beetje terug.

Dat het allemaal nog een beetje moet groeien voor de echte première in de AB op 6 mei, bleek uit de vele korte converstaties na de songs, en uit het gevoel dat het concert alsmaar meer stoomde. Hij mag dan solo gaan, Carlens gelooft vooral in synergie, en naarmate de muzikanten meer betrokken zullen raken, zal de band aan niveau winnen. ‘The longing stays inside’ was een geslaagd sfeervol moment, en ‘Thinking about you’ paarde een goeie groove aan striemend gitaarspel. Op het einde stond alles scherp.

Hij is er klaar voor. In Brugge bestond het publiek uit leeftijdsgenoten, mensen die zijn opgang met dEUS en aansluitende veelzijdige carrière meemaakten. Maar er waeren ook veel nieuwsgierige twintigers om de nog steeds charismatische zanger te horen. Het mooiste vertelden we nog niet: Carlens’s vroeger vaak snijdende stem is veel ‘dikker’ geworden. Ze is een mooi instrument waarmee hij zowel sfeer opwekt als energie spuwt.

Het is goed hem opnieuw op onze podia te hebben in deze gedaante.

Belgische concerten: Folkcentrum, Dranouter (4/5) en Ancienne Belgique, Brussel (6/5)