Winants moet door het stof maar bijt fel van zich af
Foto: Photo News
Alain Winants, de voormalige baas van de Staatsveiligheid, verzet zich hevig tegen de suggestie dat hij de in opspraak gekomen Armand De Decker (MR) de hand boven het hoofd hield.

‘Denkt u echt dat ik mijn eer en goede naam op het spel zou zetten voor het Légion d’Honneur? Zot zijn doet geen zeer. Nog een geluk, want anders zouden er heel veel slachtoffers vallen.’  
Alain Winants, de voormalige administrateur-generaal bij de Staatsveiligheid, beet gisteren in de commissie-Kazachgate fel van zich af. Hij lag er zwaar onder vuur, maar ging de confrontatie aan met de commissieleden om te tonen dat hij niets te verbergen had. Winants verweet  hen vooral met de kennis van vandaag naar feiten van vroeger te kijken. Toch bleven ze na zijn uitleg met veel vragen zitten. 

Raadsel
Winants moest in de eerste plaats uitleggen waarom hij in maart 2011 niets  ondernam toen de Franse geheime dienst DCRI de Staatsveiligheid verwittigde van een wel bijzonder vreemde demarche door Armand De Decker (DS 19 april). De MR-politicus ging begin maart 2011 – toen hij al de advocaat van de Oezbeekse zakenman Patokh Chodiev was – langs op het Elysée bij de Franse coördinator van de inlichtingendiensten Ange Mancini. Hij zou zich daar hebben voorgesteld als ex-voorzitter van de Senaat en ex-voorzitter van de parlementaire commissie die de inlichtingendienst controleert. 
De Decker zou Mancini gevraagd hebben om samen te werken met de Belgische Staatsveiligheid in de zaak rond Eric V., een voormalige vertrouweling van Chodiev. Waarom hij dat deed en waarom hij het zou hebben voorgesteld alsof hij in opdracht van de Staatsveiligheid kwam, is tot vandaag een raadsel. 

Vreemd is dat Alain Winants in 2011, 2012 en 2013 niets deed om het uit te zoeken. Winants zei dat hij na overleg met zijn directie geen reden had gezien om het toch wel bizarre gedrag van De Decker te melden aan zijn bevoegde minister of aan het parket van Brussel. ‘De Staatsveiligheid heeft geen zaken met wat politici doen. Het waanidee dat politici door de Staatsveiligheid gecontroleerd zouden worden, heeft de voorbije jaren genoeg commotie veroorzaakt.’  

Maar de opvolger van Winants, Jaak Raes, briefte uiteindelijk wél de minister en het parket in respectievelijk 2015 en 2016.   
Het was niet de enige keer dat Winants zich ogenschijnlijk soepel opstelde tegenover De Decker. In dezelfde periode – op 1 maart 2011 – speelde De Decker in Parijs zijn gsm-toestel kwijt. Hij belde naar Winants met de vraag of de Staatsveiligheid niet kon helpen de gsm terug te vinden, door gespecialiseerde technieken toe te passen. Winants stemde toe, maar werd uiteindelijk teruggefloten door de onafhankelijke commissie die controle op dat soort technieken uitvoert. Er gebeurde dus niets.  ‘Wat ik deed, was perfect wettelijk’, zegt Winants. ‘Stel dat die gsm met gevoelige informatie opduikt in criminele handen en dan blijkt dat de Staatsveiligheid niets deed om hem terug te vinden. We zouden er van langs gekregen hebben in de pers. Nu waren we perfect ingedekt: ik heb toegestemd, maar de commissie heeft geweigerd. Achteraf kon niemand ons iets verwijten.’  

Klacht 
Bij de meerderheidspartijen is er intussen meer en meer onvrede over het lekken van vertrouwelijke informatie uit de commissie naar de pers, zoals over een rapport van het Comité I, de dienst die de inlichtingendiensten controleert, over de rol van de Staatsveiligheid in Kazachgate.  
Op vraag van de meerderheid gaat commissievoorzitter Dirk Van der Maelen (SP.A) daarover   een klacht indienen bij het Brusselse parket.     

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig