Er is begin deze maand gifgas gebruikt in het Syrische dorpje Khan Shaykhun. Dat concludeert de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) uit haar onderzoek. Volgens de onafhankelijke organisatie ging het om het gevaarlijke sarin, of een variant daarvan.

Bij de mogelijke gifgasaanval begin april kwamen zeker 80 mensen, onder wie veel kinderen, om het leven. De internationale gemeenschap wijst de Syrische president Bashar al-Assad met de vinger. De Amerikanen hebben als vergelding kruisraketten afgevuurd naar de Syrische luchtmachtbasis van waarop de gifgasaanval vermoedelijk gelanceerd werd.

De OCPW presenteerde vandaag in Den Haag de resultaten van haar onderzoek, waaruit blijkt dat sarin werd gebruikt. Eerder kwamen Britse en Turkse experten ook al tot die conclusie.

Syrië en zijn bondgenoten Rusland en Iran houden vol dat een wapendepot van de rebellen werd geraakt waarbij gifgas is vrijgekomen.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig