De N-VA blijft de grootste Vlaamse partij, maar de trend is dalend. Voor Groen, op veel vlakken het spiegelbeeld van de N-VA, geldt het omgekeerde.

Vergeleken met de federale verkiezingen van mei 2014 heeft de N-VA behoorlijk aan populariteit ingeboet. Groen, Vlaams Belang en de PVDA hebben significant gewonnen. Dat blijkt uit de jongste peiling van De Standaard/VRT, ook al blijft de PVDA zo klein dat ze moeilijk meetbaar is.

Voor Groen is dit het zoveelste goede peilingresultaat op een rij. De partij zit nu op een absoluut hoogtepunt. De strategie van de partij om een hoopvol verhaal te brengen en zich af te zetten tegen polarisering, lijkt vruchten af te werpen.

Niet alleen het resultaat van de peiling, ook het potentieel – het percentage van kiezers dat zich kan voorstellen op Groen te stemmen – blijft peiling na peiling stijgen. Met dit resultaat zou Groen als derde partij uit de stembus komen en zelfs nipt groter worden dan Open VLD, al is het verschil verwaarloosbaar.

Gevoelige thema’s

De partij stijgt niet door de individuele populariteit van haar kopstukken – voorzitster Meyrem Almaci staat als eerste groene in de populariteitslijst op de zestiende plaats, ­Kamerfractieleider Kristof Calvo is 24ste. Maar de boodschap die Groen brengt over gevoelige thema’s als migratie, gezondheid, verkeer, milieu of belasting op vermogens lijkt meer en meer aan te slaan.

Vandaag koopt de partij daar niets mee. Groen heeft bovendien in het verleden al wel meer erg rooskleurige peilingresultaten laten optekenen, maar kon die nooit vasthouden op de verkiezingsdag zelf. Dat had toen te maken met de volatiliteit van zijn kiezers. Dat lijkt intussen veranderd. Groen heeft nu het trouwste kiespubliek van allemaal, de PVDA uitgezonderd.

Zelf vijver geworden

Het verschil met de N-VA is opvallend. De partij laat peiling na peiling een licht dalende trend zien, al blijft de voorsprong op de concurrentie nog bijzonder groot. De sterkte van de partij is en blijft de hoge omzetting van haar potentieel. 55 procent van de kiezers die zich kunnen inbeelden op de N-VA te stemmen, doet dat ook effectief.

Maar de partijtrouw begint te dalen. Bij een peiling anderhalf jaar geleden zat de N-VA-trouw nog op 86 procent, intussen is het aantal N-VA-kiezers dat ook bij de verkiezingen van 2014 al op de partij stemde, gezakt naar 69 procent. Daarmee zit de partij in de tweede helft van het peloton en is ze van grote slokop nu de eerste vijver geworden waaruit andere partijen kiezers kunnen vissen.

De slijtage is ongetwijfeld het gevolg van de regeringsdeelname, maar mogelijk ook van strategische keuzes. De N-VA wil de deur op rechts gesloten houden en schuift daarom op in het identitaire debat. Vlaams Belang blijft in de peiling inderdaad ver onder de tien procent, maar stemmenverlies richting ­extreemrechts helemaal tegenhouden, lukt niet. Tegelijk staat de deur richting andere partijen wel open.

Geen excuus

Voor de traditionele partijen – CD&V, Open VLD en SP.A – verandert er niets. Zij blijven ongeveer op het niveau van de verkiezingen in 2014. Voor geen van hen kan dat een grote geruststelling zijn, aangezien die verkiezingen hen degradeerden tot partijen van de tweede lijn.

De SP.A kan zelfs het excuus niet inroepen dat de regeringsdeelname haar tol eist. De partij geeft een bleke indruk in de peiling en moet de bonus van het oppositiewerk helemaal aan de collega’s van Groen laten. Voor wat het waard is: het huidige peilingresultaat van de socialisten is een evenaring van het laagste resultaat dat de SP.A ooit heeft laten optekenen in vijftien jaar peilingen door De Standaard/VRT.