Veel jongeren zijn deze paasvakantie op kamp - maar het meest speciale is waarschijnlijk toch het kamp voor luchtcadetten, van de luchtmacht. Jongeren vanaf 15 jaar leren daar zweefvliegen.

Voor het leger is dit kamp heel belangrijk, want veel van de jongeren die het kamp bijwonen dromen ervan om ooit piloot te worden bij de luchtmacht. En ze hebben veel meer kans om die droom waar te maken, als ze al kunnen zweefvliegen.

Het kamp is een onderdeel van de opleiding van de luchtcadetten. Dat is een voorbereidende opleiding voor jongeren die ambities hebben om te werken in de militaire burger luchtvaart. In het eerste jaar krijgen de cadetten enkel theorielessen. Maar in het tweede jaar komt daar ook praktijk bij.

Emilie Goossens is 17 en tweedejaarsstudent. "Je zit hoog in de lucht boven de rest van de wereld, dus je voelt je vrij", vertelt ze. "Maar het is ook constant opletten." Emilie werd geselecteerd samen met 49 andere jongeren uit een groep van zo'n 300 kandidaten.

En de opleiding werpt zijn vruchten af. De helft van de kandidaat-luchtpiloten hebben een cadettenopleiding gehad. "Maar wat nog veel belangrijker is, is dat hun slaagkansen eigenlijk verdubbelen. Drie vierde van onze piloten zijn ex-cadetten geweest", aldus reserve luitenant-kolonel Peter Lepez