‘Hier zit 600 jaar bak bijeen, maar het is de rustigste afdeling van de hele psychiatrie’
Foto: Fred Debrock
In Bierbeek opende een jaar geleden een afdeling voor ‘uitbehandelde’ geïnterneerden. Pionierswerk is het. En voor de 30 mannen die er zitten, vaak zedendelinquenten, de terminus. ‘Als je een regime hebt gekend waar niks mag, is dit een cultuurshock.’

Achter een hek van 4 meter hoog leven de 30 geïnterneerden van de afdeling Langdurige Forensische Psychiatrische Zorg (LFPZ) in Bierbeek. De jongste is 39, de oudste halfweg de 70. De afdeling in het UPC Sint-Kamillus van de Broeders van Liefde is net geen jaar open. Op 28 april 2016 arriveerden de eerste geïnterneerden. dS Weekblad ging op visite.

Bierbeek is uniek: het is de enige longstay-afdeling – al horen ze dat woord hier niet graag –, wat betekent dat de geïnterneerden er langdurig verblijven. In principe tot het einde. Ze krijgen geen behandeling (meer), ze worden evenmin begeleid richting maatschappij.

De LFPZ-afdeling is er gekomen onder impuls van ministers van Justitie Koen Geens (CD&V) en Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD). Die zwoeren in het begin van de legislatuur een dure eed. De 1.000 à 1.100 geïnterneerden in ‘gewone’ gevangenissen – een situatie waarvoor ons land meermaals veroordeeld is door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens – zouden allen herplaatst worden. Er zijn intussen ruim 360 bedden bij gekomen in de forensische psychiatrie, in onder meer Zelzate, Rekem en Merksplas. En er komen er nog. Ook in Antwerpen opent deze zomer een nieuw Forensisch Psychiatrisch Centrum voor 182 geïnterneerden.

'De patiënt behoudt de regie'

Wat Bierbeek uniek maakt, is het beleid binnen het hek. ‘De psychiatrie, en zeker de forensische psychiatrie, is geëvolueerd van bemoeizorg naar herstelondersteunende zorg. De patiënt behoudt de regie’, vertelt therapeutisch coördinator Rudy Reusens aan dS Weekblad. De afdeling springt nog verder: er is veel vrijheid. Voor dat vooruitstrevende zorgbeleid haalde ze de mosterd bij de gerenommeerde Pompestichting in Nederland, maar intussen zijn de rollen omgedraaid.

De bewoners hebben een gsm – ‘dat konden de Nederlanders niet geloven’ –, internet op de computers in de leefruimtes, een eigen kamer met tv, een stereotoren en kasten vol snoep. Ze kiezen zelf waar en wanneer ze eten en aan welke activiteiten ze deelnemen. ‘We focussen op de kwaliteit van hun leven’, vertelt afdelingshoofd Johan Vanderwaeren. ‘We geven hun verantwoordelijkheid en op die manier identiteit. In plaats van telkens nieuwe regels te verzinnen, gaan we de discussie aan met hen. Natuurlijk is het niet allemaal rozengeur en maneschijn, maar voorlopig werkt het. Veel staat of valt met het personeel. Wie een heel groot ego heeft, zal hier niet lang werken. Maar er is ook veel humor. Zwarte humor, daar zijn de mannen goed in. (lachje)’

Cultuurshock

‘Als je een regime hebt gekend waar niks mag, is het een serieuze cultuurshock’, blikt Johnny (50) terug. ‘Jarenlang heb ik geen Kerstmis gevierd. Op 25 december bracht de fatik (de gedetineerde die de maaltijden rondbrengt, red.) het eten naar je cel. Als je geluk had, zei hij er “zalig kerstfeest” bij en baf, dan vloog die deur weer in het slot. Hier hebben we een feest gehad met 30 man. Het was voor sommigen wat te veel ineens. Ook voor mij.’ Intussen heeft Johnny zijn draai gevonden. Hij is een van de mannen die van ’s morgens bij het ontbijt tot ’s avonds de boel in goede banen probeert te leiden. 

De meeste van de 30 geïnterneerden zijn zedendelinquenten, niet zelden recidivisten. De feiten die ze op hun kerfstok hebben, zijn zwaar: verkrachtingen, al dan niet van minderjarigen, in sommige gevallen gevolgd door moord. Veelal in familiaal verband en niet zonder geweld. Een rode draad is hun verknipte verleden. ‘Hier vind je niemand met een normale jeugd’, zegt de 57-jarige Rik. Hij gaat mank, ‘door de medicatie’.

Uit respect voor de slachtoffers worden geen concrete dossiers opgerakeld. Sommige feiten dateren van de jaren 80 of vroeger. ‘Hier zit 600 jaar bak bijeen, ja’, zegt Frank. ‘Maar het is wel de rustigste afdeling van de psychiatrie.’

Ongebruikte afzonderingsruimtes

De 30 bewoners zijn opgedeeld in twee groepen. Aan de A-kant zitten de meest kwetsbare personen – sommige met een IQ van 60 of 70 –, aan de B-kant de sterkeren. De leefruimtes op de gelijkvloerse verdieping zijn zo huiselijk mogelijk ingericht. De geïnterneerden gaan en staan waar ze willen en roken wanneer ze willen. Ook ’s nachts. Er is een relatief grote tuin met een sportveldje en een fietsenatelier. Er zijn ook twee afzonderingsruimtes, maar die zijn nog geen vijf keer gebruikt. Al vragen de bewoners wekelijks om een ánder te isoleren ‘omdat ze hem moe zijn’, zegt Vanderwaeren glimlachend.

Zaterdag leest u in dS Weekblad het volledige verhaal over de aparte leefomgeving voor de langdurig geïnterneerden in Bierbeek. ‘Dikwijls verwarren mensen structuur met regels, maar het omgekeerde is waar. Doordat er relatief veel vrijheid is binnen de muren, is er ook veel zelfregulering.’

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig