Smartphonebouwer HTC zit al een tijdje in de hoek waar de klappen vallen, maar de Taiwanezen geven de strijd nog niet op. De hoop is nu vooral gevestigd op de nieuwe U-serie, met de HTC U Ultra als vlaggenschip en de U Play als ‘instapmodel’. Dat laatste toestel hebben we de voorbije dagen uitgebreid getest. Maar de speelse benaming ten spijt: echt vrolijk werden we er niet van.

Het meest kenmerkende aspect van de U-serie is de licht gebogen achterzijde van glas, die het licht op speelse wijze reflecteert. Dat Liquid Surface Design mag best gezien worden, alleen stellen we ons bij een vloeibaar oppervlak toch iets anders voor. ‘Hoogglans’ vonden de marketingboys van HTC waarschijnlijk te gewoontjes klinken.

Heerlijk in de hand

Van een glazen achterkant weet je uiteraard op voorhand dat er vingerafdrukken op achterblijven, maar dat valt bij de U Play goed mee. Bovendien veeg je ze, met diezelfde vingers, heel gemakkelijk weer weg. Het glas blijkt niet echt krasgevoelig, maar kan bij een stevige val natuurlijk wel breken. Een hoesje is bijgevolg geen slecht idee, al gaat dat uiteraard volledig ten koste van het speciale design. Het ontwerp van de U Play ligt overigens heerlijk in de hand: het glas is lekker glad maar ook weer niet té glibberig.

De smartphone beschikt verder over een helder en contrastrijk Full HD-scherm van 5,2-inch en twee degelijke camera’s: een ietwat uitpuilende hoofdcamera van 16 megapixels met optische beeldstabilisatie, en een selfiecamera van (nogmaals) 16 MP met UltraPixel-modus voor extra lichtgevoeligheid. Het is misschien wat overdreven, maar je maakt er zonder meer mooie zelfportretten mee. De hoofdcamera kampt wel met flink wat ‘shutter lag’ oftewel sluitertijdvertraging. Tussen het moment van afdrukken en de werkelijke opname zit – voor een telefoon uit deze klasse – te veel tijd, wat bij snel bewegende objecten voor de nodige frustratie zorgt.

Welke inhaalslag?

Op andere punten blijkt de hardware van de U Play ronduit te zwak om het prijskaartje van € 449 te rechtvaardigen. Zo is de gebruikte chipset inmiddels alweer twee jaar oud: bij alledaagse toepassingen voelt de telefoon nog redelijk vlot aan, maar laat er een pittig racegame op los, en het toestel slaagt er niet in om het spel in volle glorie weer te geven op het 1080p-scherm (ondanks het werkgeheugen van 3 GB). Zelfs als je helemaal geen games speelt is dat geen fijne wetenschap, nadat je net zoveel geld hebt neergeteld. En om daarna nog een beetje zout in de wonde te strooien: dezelfde chipset vind je vandaag terug in toestellen die soms de helft goedkoper zijn. Als voorbeeld noemen we de exact één jaar oude Sony Xperia XA die inmiddels nog maar € 229 kost.

Eveneens onbegrijpelijk is de keuze voor een accu van slechts 2.500mAh, wat echt te weinig is voor een toestel met stroomverslindend Full HD-scherm. Bij normaal gebruik haal je met deze U Play meestal het eind van de dag niet. Wederom: bij een smartphone van € 250 bedek je zo’n minpunt wellicht met de mantel der liefde, maar van een meer ‘premium’ apparaat als dit mag je meer verwachten. Nog bizar: geen Android 7.0 Nougat op deze HTC, maar het inmiddels anderhalf jaar oude 6.0 Marshmallow. Zelfs al volgt er binnenkort nog een update, de fabrikant wekt met de U Play bepaald niet de indruk dat het een inhaalslag wil maken.

Een ander stukje software dat niet onvermeld mag blijven, is HTC’s Sense Companion. Deze app moet de concurrentie aangaan met Google Assistant, Siri en andere AI-toepassingen, door je doorheen de dag nuttige informatie aan te reiken. Zo krijg je bijvoorbeeld de tip om een powerbank mee te nemen als er een lange (werk)dag of verre trip op het programma staat en ontvang je suggesties voor restaurants op basis van je locatie. Ook stelt de app zo nu en dan voor om je telefoon te optimaliseren, zodat hij weer wat sneller wordt. Toch is de functionaliteit van Sense Companion nog tamelijk beperkt: interactie met andere apps is er nauwelijks en de beloofde spraakherkenning wordt sowieso pas in een latere fase toegevoegd. Voorlopig hebben Siri en Google Assistant dus niet veel te vrezen.

Onnodige risico’s

Wel grensverleggend, zeker op een Android-toestel, is de USB-C connector die tevens dienst doet als hoofdtelefoonuitgang. Alleen schiet HTC daar nét iets te ver in door. Dat de U Play net als de iPhone 7 een klassieke 3,5 mm aansluiting mist vinden we op zich niet zo’n probleem: over een jaar geldt dat wellicht voor iedere nieuwe smartphone. HTC maakt echter de grote fout dat het géén adapter meelevert, waardoor je je eigen favoriete hoofdtelefoon simpelweg niet meer kan gebruiken. Zelfs Apple durfde zich dat niet permitteren en levert het kleinood braaf mee. Desondanks kwam het schrappen van de ‘oude’ connector de iPhonemaker op bakken kritiek te staan.

Als er één smartphonebouwer momenteel niét in de positie verkeert om dit soort (onnodige) risico’s te nemen, dan is het wel HTC. Wil het bedrijf weer een rol van belang gaan spelen, dan moet het gewoon compromisloze telefoons maken met een voortreffelijke prijs-kwaliteitverhouding. Met deze U Play speelt HTC echter voornamelijk met vuur: de hardware is middelmatig, de Android-versie verouderd en het prijskaartje minstens honderd euro te hoog voor wat je krijgt. Als dan ook nog blijkt dat je zelf op zoek moet naar een adapter voor je lievelingshoofdtelefoon, dan is dat de spreekwoordelijke druppel.