Erik groeide op in een boerderijtje in de Vlaamse Ardennen. Na vijftien jaar in Brussel had hij zin om naar de streek terug te keren. ‘Mijn vriendin en ik merkten dat we toch vooral wat rustiger en groener wilden wonen: de winters spendeerden we altijd in de bergen. Toen mijn grootmoeder stierf, zijn we in het atelier komen wonen dat aan hun huis hangt. Zo konden we de mantelzorg voor mijn grootvader opnemen.’

Nadat ook zijn grootvader overleed, beslisten Erik en Susan om de woning te verbouwen tot een woning voor henzelf. Het huis dateert van de jaren zestig en aan de vorm is weinig veranderd. Het huis is tegen een helling aangebouwd. Het is grotendeels onderkelderd en er is een garage. Daarboven liggen de woonvertrekken, in één enkele bouwlaag. ‘De meeste functies zitten nog op dezelfde plaats als toen – de zuidgeoriënteerde keuken en de eet- en woonkamer bijvoorbeeld.’

Bijzondere materialen

Het materiaalgebruik is in dit project niet bepaald doorsnee te noemen. Zo zijn de buitenmuren bezet met kalkhennepbeton. ‘Een interessante keuze, want dat materiaal fungeert als isolatie, wind- en waterdichting en gevelafwerking in één’, vertelt architect Robbe Van Caimere (Martens Van Caimere Architecten). Het materiaal oogt gelaagd en de structuur organisch. ‘Het is fijn om met nieuwe materialen te werken’, zegt de architect.

Ook elders zijn bewuste keuzes gemaakt. Het schrijnwerk is van accoyahout: naaldhout dat duurzamer gemaakt is met een zuur. De vloeren in de leefruimtes zijn bekleed met bamboe.

De binnenmuren zijn afgewerkt met een mengsel van kalk en leem. ‘Dat creëert een aangenaam leefklimaat’, vindt Erik. ‘Het materiaal ademt: het neemt het teveel aan vocht in de lucht op en geeft het ook weer af indien nodig. Ook de warmterecuperatie is beter.’