Een op de vijf met de fiets naar het werk
Ook Frank Deboosere rijdt met de fiets naar het werk. Foto: bdw
Meer mensen fietsen naar het werk, maar tegelijk boet de bedrijfswagen niet aan populariteit in. Vooral in Antwerpen wordt stevig gefietst.

Het aantal werknemers dat vaak de fiets neemt om naar het werk te gaan, zit in de lift. Dat blijkt uit de tweede mobiliteitsbarometer van hr-dienstverlener Acerta. Die polste bij zijn klanten, 40.000 werkgevers uit de privésector. naar het woon-werkverkeer van 2016. 
Het aantal fietsende pendelaars is, vergeleken met 2015, toegenomen met iets meer dan 13 procent. Tegenwoordig kiest een op de vijf al geregeld – daarom niet iedere dag – voor de fiets. Vooral in de provincie Antwerpen wordt stevig gefietst, in Wallonië heel weinig.
Nogal wat werknemers wisselen de fiets af met de eigen wagen (7,8 procent), een kleine minderheid doet dat met bus of trein. Het weer ’s ochtends bepaalt de keuze.

Behalve aan de almaar aanzwellende files schrijft Dirk Wijns, directeur bij Acerta Consult, het succes van de tweewieler toe aan de stimuli die de fiets vandaag geniet. Zo wordt in een meerderheid van de bedrijven, afhankelijk van de afspraken in de sectoren, een fietsvergoeding uitgekeerd. Die bedraagt 0,23 euro per kilometer. ‘Als je dagelijks 20 kilometer pendelt, kun je daarmee na een jaar een nieuwe fiets kopen’, zegt Wijns.

Daarnaast bieden ook steeds meer werkgevers een bedrijfsfiets aan. Als dat een elektrisch exemplaar is, wordt afstand een minder groot obstakel. ‘Fietsen is dan ook minder inspannend. Niet iedereen neemt graag eerst een douche als hij of zij bezweet toekomt op de job.’

En natuurlijk spelen algemene fenomenen als de aanzwellende files en de behoefte aan meer fysieke activiteit. 

Het toenemende succes van de fiets belet niet dat de auto het meest gebruikte vervoermiddel is en blijft voor de werkende mens. Die wordt gebruikt door iets meer dan 71 procent van het aantal pendelaars, een lichte stijging van 0,3 procent.

Opmerkelijk is ook dat de populariteit van de bedrijfswagen niet afkalft, integendeel. Een op de tien werknemers rijdt in zo’n wagen van de firma naar het werk. Dat zijn er alweer 3,6 procent meer dan een jaar voordien. Het negatieve maatschappelijke imago dat rond de leasewagen hangt, heeft dus weinig impact op het terrein. ‘Dat verbaast mij niet’, vindt Wijns. ‘Als iemand van de baas een auto aangeboden krijgt, gaat hij die niet weigeren. De voordelen, ook privé, wegen nog altijd zwaarder door.’

Daar komt bij dat voor veel werknemers het openbaar vervoer geen valabel alternatief biedt. De mobiliteitsbarometer toont aan dat het aandeel van het openbaar vervoer stagneert. De bus wint wat, de trein geeft terrein prijs.

Met deze bevindingen houdt de regering volgens Acerta best rekening als ze dit voorjaar het mobiliteitsbudget gaat regelen. Dat moet werkgevers meer opties geven dan de bedrijfswagen om hun werknemers tegemoet te komen. ‘Als je de mensen in de plaats van een leasingwagen baar geld aanbiedt, bestaat de kans dat ze daarmee toch een eigen auto kopen’, zegt Wijns. ‘Daarmee staan we geen stap dichter bij een oplossing voor de files en de uitstoot.’