De N-VA heeft de aanval ingezet op gelijkekansencentrum Unia. Het is duidelijk dat de partij af wil van de huidige, interfederale structuur.

Een ‘vijandige entiteit’ en, een vakbond voor ‘klagende allochtonen’, ‘geen centrum voor gelijkheid van kansen, maar van polarisering’ en tot slot de waarschuwing: ‘Ofwel ben je een centrum voor gelijke kansen voor iedereen, ofwel is je centrum overbodig.’

De drietrapsraket die de N-VA de voorbije dagen op het interfederale gelijkekansencentrum Unia afvuurde, is opmerkelijk. Met een hoofdrol voor kersvers federaal staatssecretaris Zuhal Demir en Vlaams minister Liesbeth Homans, die aankondigt ‘een onderzoek te willen instellen’ naar Unia.

Presenteerblaadje

De druppel die de emmer deed overlopen, is een uitgelekte mail van een medewerker, die de veroordeling van een man die tijdens een betoging antisemitische liedjes had gezongen, ‘kromspraak’ noemde. Dat een en ander losbarst kort na de aanstelling van Demir is geen toeval volgens insiders: ‘Ze zal een openingstreffer hebben gezocht, en Unia bood de doelkans op een presenteerblaadje aan.’

Maar Unia is al veel langer een doorn in het oog van de partij. Eerder haalde Annick De Ridder al uit naar de ‘hypocrisie’ van Unia, pleitte André Gantman onomwonden voor de afschaffing ervan en retweette Theo Francken de kritiek van zijn partijgenoten. En toen Els Keytsman directeur werd, zei Vlaams minister Ben Weyts te hopen ‘dat een nieuwe weg wordt ingeslagen naar een minder wereldvreemd centrum, dat eindelijk aansluit bij de visie van de Vlamingen op migratie en integratie’.

’Moslim is geen jood’

De waarschuwingen zijn niet mis te verstaan: de partij wil komaf maken met de huidige Unia-structuur. De N-VA-woordvoerders waren niet bereikbaar voor commentaar, maar de bestuursleden wel.

De N-VA heeft vier mensen voorgedragen in de raad van bestuur van Unia. Twee effectieven, Mathias Storme en Hedwig Verbeke, en twee plaatsvervangers, Boudewijn Bouckaert en Inge Moyson. Zij delen de felle kritiek van de N-VA-regeringsleden. De zaken van binnenuit veranderen blijkt geen evidentie, aldus Bouckaert.

‘Unia heeft nog altijd niet de omslag gemaakt naar een objectief, onafhankelijk centrum. Vandaag wordt antisemitisme anders benaderd dan islamofobie, en dat kan niet. Wij doen ons best om dat intern aan te kaarten, wij zijn loyaal en willen Unia niet kapot, maar als er niets gebeurt, zal het ooit stoppen voor Unia.’

Volgens Boudewijn Bouckaert zijn vooral de Franstaligen het probleem binnen Unia. Het frustreert de partij dat ze geen eigen Vlaams gelijkekansenbeleid kan uitbouwen, ‘waarbij een moslim wél gelijk is aan een jood en de nadruk ligt op emancipatie in plaats van het zoeken naar racisme’.

Ideologische matrix

Ook Matthias Storme noemt de interfederale structuur problematisch. ‘We moeten ons afvragen of dat de goede keuze is geweest. De KUL-onderzoekers die zich destijds over de zaak bogen, raadden nochtans aparte instellingen aan. (Idem voor de mensenrechteninstelling die Europa elke lidstaat oplegt, en die ons land nog altijd niet heeft, red.). De structuur moet zeker geëvalueerd worden, dat is trouwens voorzien.’

Concreet zijn er ‘binnen Unia veel mensen die in een bepaalde ideologische matrix denken’, een matrix die níét aansluit bij de N-VA-visie. ‘Ik begrijp het als mensen zeggen dat Unia met twee maten en twee gewichten meet’, zegt de professor. Hij is naar eigen zeggen ‘fundamenteel ongelukkig’ met de verschillende rollen die Unia heeft. Storme: ‘Het centrum voert onderzoek, bemiddelt én is tegelijk partij in rechtszaken. Dat is geen gezonde situatie. Beter zou zijn mocht Unia bijvoorbeeld alleen tot taak hebben om te bemiddelen. Daar kan ik niet tegen zijn.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig