Terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) heeft een slechte dag achter de rug. In Irak moest de luchthaven van Mosoel weer afgestaan worden aan het regeringsleger. Tegelijkertijd zou IS verjaagd zijn uit al-Bab, de laatste stad in de Syrische provincie Aleppo die de terreurgroep nog controleerde.

Het Iraakse leger viel de luchthaven en de nabijgelegen militaire basis donderdagochtend binnen, en kreeg daarbij luchtsteun van de internationale coalitie onder leiding van Amerikanen.

De luchthaven is al sinds 2014 in de greep van IS, en wordt beschouwd als een belangrijke toegangspoort tot het westelijke deel van de stad.

De Iraakse strijdkrachten begonnen zondag aan hun offensief in het westen van Mosoel, het laatste IS-bastion in het land. Hoeveel jihadisten zich precies op de luchthaven bevinden, is niet geweten, maar volgens Amerikaanse bronnen zijn in het westen van Mosoel in totaal nog zeker 2.000 IS-strijders aanwezig.

De pogingen van het Iraakse leger en zijn bondgenoten om Mosoel te heroveren, waren al in oktober begonnen. Sinds eind januari hebben ze het oostelijke deel van de strategisch belangrijke stad weer in handen. In het dichtbevolkte westen van de stad zitten nog honderdduizenden burgers, onder wie 350.000 kinderen, vast.

Veroveren rebellen toegangspoort naar Raqqa?

Syrische rebellen zouden donderdag de stad al-Bab, het laatste IS-bolwerk in de noordelijke provincie Aleppo, heroverd hebben op de terreurgroep. Dat hebben drie pro-Turkse, Syrische rebellenbewegingen aangekondigd.

‘We kondigen de totale bevrijding van de stad al-Bab aan en gaan nu over tot de ontmijning van de woonwijken’, zei Ahmad Othman, de leider van een van de drie ‘rebellengroepen’ donderdag aan het Franse persagentschap AFP.

Al-Bab wordt al maanden belegerd door het Turkse leger, tot nog toe weinig succesvol. De stad wordt gezien als een mogelijke toegangspoort tot Raqqa. De zelfverklaarde ‘hoofdstad’ in Syrië van Islamitische Staat ligt ongeveer 180 kilometer ten oosten van al-Bab.