Verdwenen man na vijf jaar teruggevonden
Foto: Gofundme

Anton Pilipa was vijf jaar lang spoorloos. Zijn familie had de hoop bijna opgegeven om hem ooit terug te vinden.

Het was een Braziliaans-Canadese agente die de Canadese man zag. Anton Pilip was meer dan 10.000 kilometer verwijderd van de plaats waar hij in 2012 verdwenen was. Toen de agente hem vond zag hij eruit als een bedelaar, op blote voeten en met vuile kleren aan. Zijn identiteitspapieren had hij niet bij.

Met de hulp van internationale organisaties en ambassades kon de politie zijn identiteit achterhalen en de familie inlichten. Afgelopen maandag werden ze eindelijk herenigd met de man, die aan schizofrenie lijdt. Van hem kregen ze een ongelooflijk verhaal te horen.

Zijn verhaal

In vijf jaar tijd was Anton door tien landen gereisd. Voornamelijk te voet, zonder schoenen of andere bezittingen. Naar verluidt had hij één doel: de nationale bibliotheek van Buenos Aires in Argentinië bezoeken.

Maar toen hij er eindelijk aankwam, werd hem de toegang geweigerd omdat hij zich niet kon identificeren. Daarom keerde hij terug om verder door Brazilië te reizen, waar hij uiteindelijk gevonden werd.

Hij trok onder meer honderden kilometers door het gevaarlijke Amazoneregenwoud, waar onder meer giftige spinnen en slangen leven. Tijdens die tocht vielen al zijn teennagels af. Hij omschreef hoe hij overleefde door fruit en vruchten te plukken, naar eten en kleren te zoeken in vuilnisbakken en te rekenen op de goedheid van passanten.

Arrestatie

Anton werd jaren geleden gediagnosticeerd met schizofrenie, maar zijn familie kon lange tijd geen geschikte hulp voor hem vinden. In 2011 begon hij aan een behandeling, maar in hetzelfde jaar raakte hij betrokken bij een incident waarvoor hij beschuldigd werd van geweld en wapenfeiten.

Voor hij in 2012 voor de rechtbank moest verschijnen, verdween hij spoorloos. Toen hij maandag weer aankwam in Toronto, werd hij gearresteerd en later op borg vrijgelaten.

Volgens zijn broer Stefan was het niet de bedoeling van Anton om zijn straf te ontvluchten. Hij is hoopvol dat hij nu weer opgenomen zal worden in de maatschappij. ‘Hij is het gewoon om helemaal alleen te zijn, dus het zal niet gemakkelijk worden’, zegt Stefan. ‘Hij moet zich nu weer aan regels houden. Maar ik ben zo blij dat hij nog leeft. Ik had altijd gedacht dat ik hem nooit meer zou zien.’