‘DNA verdwijnt niet per se na een douche’
Foto: BELGA

Zelfs wanneer een slachtoffer van seksueel geweld wacht om naar de politie te stappen, kunnen ze nog sporen vinden. Aangifte is altijd zinvol.

Elke dag stappen dertig mensen naar de politie voor zedenfeiten. Het verhoor en medisch onderzoek dat daarop volgt, is voor de meesten bijzonder zwaar, zelfs in die mate dat het een bijkomende psychologische impact kan hebben. Veel slachtoffers zien erg op tegen een aangifte, waardoor feiten ongeregistreerd blijven. Slachtoffers denken ook vaak dat de feiten te lang geleden zijn en niet meer kunnen worden bewezen, waardoor ze niet naar de politie gaan.

‘Mensen gaan er dikwijls van uit dat het na 24 uur helemaal geen zin meer heeft om sporen zoals DNA van de dader te verzamelen op het lichaam van het slachtoffer’, zegt Myriam Claeys, die zedenfeiten onderzoekt bij het Gentse parket. ‘Dat is niet het geval. Tot 72 uur na de feiten kan het nuttig zijn om zo’n onderzoek uit te voeren. Zelfs na een douche is DNA niet per se verloren. Het maakt de verzameling van sporen wel moeilijker, maar niet onmogelijk.’

Dat soort sporen wordt verzameld met een ‘kit seksuele agressie’, die in de ziekenhuizen aanwezig is. Zo’n kit bevat onder meer een groot blad papier om DNA-materiaal op te vangen wanneer het slachtoffer zich ontkleedt, pennen om sporen te verzamelen onder nagels, een kam voor de schaamstreek, verschillende wattenstaafjes om uitstrijkjes te nemen, enzovoort. Dat onderzoek is waardevol, maar slopend voor het slachtoffer. Een grondige update van de richtlijnen over die kit moet daarom het gebruik ervan verbeteren. Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) verspreidt die nieuwe richtlijnen.

‘Je mag niet vergeten dat er ook DNA kan worden gevonden op voorwerpen: lakens, tissues, kledij’, zegt de Gentse magistrate Claeys, die meewerkte aan de nieuwe richtlijnen. ‘Dat brengt de rondzendbrief (bedoeld voor politie, magistraten en dokters, red.) ook in herinnering. Zelfs bij een aanranding, wanneer de dader het slachtoffer heeft gekust of gelikt in het gezicht, is het nog mogelijk om een heel zuiver DNA-staal te vinden.’

Door een vernieuwde DNA-wet gebeurt de analyse van de stalen pakken vlotter dan vroeger, maar soms wordt besloten om dat toch niet te doen, bijvoorbeeld wanneer de verdachte bekent dat er contact is geweest. Dan moet het slachtoffer uitleg krijgen waarom die analyse niet is gebeurd, staat in de nieuwe regels, die er regelmatig op hameren respectvol en empathisch om te gaan met het slachtoffer.

‘Het is positief dat er stappen worden gezet om de aangifte te verbeteren’, vindt Liesbeth Kennes, experte bij het CAW Oost-Brabant. ‘Veel politiemensen doen hun uiterste best, maar evengoed kan een slachtoffer terechtkomen bij inspecteurs die niet zo vertrouwd zijn met dit soort delicate onderzoeken. Ook is het goed dat duidelijk wordt gemaakt dat DNA-onderzoek nog zin kan hebben tot enkele dagen na de feiten. Veel mensen wachten met naar de politie te gaan omdat ze niet meteen beseffen dat ze slachtoffer zijn van zedenfeiten.’