Er bestaat al een maximumfactuur secundair onderwijs (en ze wordt gesmaakt)
De bakkersschool van het Provinciaal Instituut Voedingsbedrijven Antwerpen. Foto: katrijn van giel

Het Provinciaal Onderwijs Antwerpen heeft niet gewacht op de overheid om een maximumfactuur voor het secundair onderwijs in te voeren. ‘We bewijzen dat het mogelijk is, ook in het beroeps- en technisch onderwijs.’

Kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen pleit in zijn boek over kinderarmoede (‘Spelen in zwarte sneeuw’) onder meer voor een maximumfactuur in het secundair onderwijs, zoals die al sinds 2008 bestaat in het basisonderwijs. Bevoegd minister Hilde Crevits (CD&V) is terughoudend. Maar het Provinciaal Onderwijs Antwerpen heeft de koe bij de horens gevat: daar is nu al een maximumfactuur in alle graden, en in alle richtingen.

‘We hadden al een maximumfactuur van 250 euro in de eerste graad van onze vijf scholen, maar sinds dit schooljaar hebben we die ook voor de tweede en derde graad’, zegt provinciaal gedeputeerde Inga Verhaert (SP.A).

Minder onbetaalde facturen

De invoering kwam er na een proefproject in één school, het Provinciaal instituut Sint-Godelieve. ‘De ouders én de school smaakten de duidelijkheid’, aldus Verhaert.

Tijdens het proefproject daalde het aantal onbetaalde facturen met 15 procent. ‘En we zien die trend nu ook in de andere scholen. Van de ongeveer 5.000 facturen waren er vorig schooljaar, in december 2015, 2.000 niet betaald voor de eerste aanmaning. In december van dit schooljaar waren er dat 1.400, een daling van ongeveer 30 procent.’

Bovendien is er per school één voltijdse werknemer minder nodig voor de administratie. ‘Die kunnen we nu inzetten voor zorgbegeleiding’.

Met de fiets

Een maximumfactuur heb je niet vanzelf, geeft Verhaert toe. ‘De school moet de nodige inspanningen doen. Er is geen ruimte voor improvisatie: alles moet binnen het kostenplaatje passen. Zo zal er nu misschien eerder gekozen worden voor een uitstap naar een museum dat met de fiets bereikbaar is, dan voor een verre uitstap met de bus. Voorts zijn er systemen waarbij leerlingen materiaal lenen in plaats van aankopen, en moet er in het algemeen slimmer worden aangekocht, bijvoorbeeld in grote hoeveelheden, om de kosten te drukken.’

Volgens minister Crevits is een maximumfactuur in het secundair niet evident omdat de kosten voor verschillende richtingen sterk kunnen verschillen. Zo is technisch en beroepsonderwijs traditioneel duurder dan ASO. De minister geeft daarbij het voorbeeld van een koksopleiding.

‘Maar ik zie niet in waarom er één vast bedrag moet zijn voor alle richtingen’, aldus Verhaert. Het Provinciaal Onderwijs Antwerpen heeft voor de verschillende richtingen, verschillende bedragen. ‘Maar steeds met een zo laag mogelijke drempel. Aangezien het provinciaal onderwijs voor 95 procent uit beroeps- en technische opleidingen bestaat, zijn we goed geplaatst om te oordelen of een maximumfactuur haalbaar is.’

De maximumfactuur voor de meeste richtingen schommelt rond de 300 euro, met enkele uitschieters boven de 400 euro, zoals in enkele specialisatiejaren (een zevende jaar), of een zesde jaar toerisme, dat een buitenlandse reis vereist. In sommige scholen worden ook in andere richtingen meerdaagse reizen georganiseerd. De kosten voor zo’n reis komen bovenop de maximumfactuur. ‘Maar die reizen zijn niet verplicht. Alles wat met de eindtermen te maken heeft, zit vervat in de maximumfactuur’, zegt Verhaert. ‘Bovendien houden we ook evenementen om een potje te vergaren voor duurdere activiteiten.’