Dertien multinationals slaan de handen ineen om waterstof te promoten als hulpmiddel bij het behalen van groene-energiedoelstellingen.

Bertrand Piccard, de piloot van het zonnevliegtuig Solar Impulse, gelooft al heel lang in waterstof. Hij wilde de technologie gebruiken om zijn toestel ook ’s nachts te laten vliegen, als er geen zon is om energie op te wekken. ‘Maar we kregen het niet voor elkaar. De techniek was er niet klaar voor. Waterstoftechnologie was voor mij zoals seks voor een tiener: ik wilde wel, maar het kon niet. Nu ziet het ernaar uit dat de technologie er wel gaat komen. U snapt hoe ik me voel: eindelijk kan ik het doen.’

Het optimisme van Piccard is gestoeld op het akkoord dat dertien grote bedrijven deze week in Davos aankondigden: ze gaan samenwerken om waterstof als energie-oplossing op een hoger plan te tillen. De dertien hebben hun coalitie de Hydrogen Council genoemd. Ze gaan op zoek naar grote commerciële projecten om waterstof beter op de kaart te zetten, maar willen ook werken aan internationale standaarden die nodig zijn voor een wereldwijd gebruik. En ze willen overheden warm maken voor samenwerking.

Energie op basis van waterstof heeft veel voordelen, maar tot nu was het in de wereldwijde energie-transitie een ondergeschoven kindje. In België is er welgeteld één tankstation waar auto’s op waterstof terechtkunnen (DS 2 januari). Dat station is gebouwd door Air Liquide, een grote producent van waterstof die in de Hydrogen Council een hoofdrol speelt.

Opmerkelijk is dat met Shell en Total ook twee oliereuzen meedoen. Shell experimenteert al twintig jaar met waterstof, en ziet de technologie als complementair aan fossiele brandstoffen. ‘We hebben alleen kritische massa nodig om de groei te versnellen’, zegt ceo Ben van Beurden van Shell. De Duitse, Koreaanse en Japanse voertuigindustrie is ook goed vertegenwoordigd met BMW, Daimler, Honda, Hyundai, Kawasaki en Toyota. Dat is evenmin toeval: Duitsland en Japan zijn de landen die tot nu toe de grootste proefprojecten voor waterstofauto’s hebben opgezet. Andere deelnemers zijn Alstom, dat werkt aan een waterstoftrein, Anglo American, dat platina produceert, een onmisbaar ingrediënt van de waterstoftechnologie, energiebedrijf Engie en chemiebedrijf Linde.

Waterstof maakt het mogelijk auto’s te laten rijden zonder uitstoot. Het grote voordeel tegenover elektrische auto’s op batterijen is dat het tanken maar drie minuten duurt, en dat er grotere afstanden kunnen worden afgelegd. Maar het grote probleem is dat de technologie duur is. Waterstofauto’s die nu al op de markt zijn, hebben een kostennadeel van 10 tot 15 procent. De Hydrogen Council wil proberen die prijshandicap weg te werken door de schaal van de toepassingen te vergroten.