Hoe een goedkope Van Dyck plots een dure Rubens werd

Een olieverfschilderij dat ons land verliet als een volgeling van Anthony Van Dyck, blijkt plots een Rubens te zijn. Sotheby’s veilt het eind deze maand. Moest zo’n topstuk niet gemeld worden voor het ons land uit mocht?

Eind juni 2015 ging bij veilinghuis Christie’s in Amsterdam een alleraardigst schilderij onder de hamer. Er is een ruiter op te zien; zijn paard kijkt vooruit naar het dal waar ze naartoe gaan, de man kijkt nog eens om.

De kunstexperten konden niet zo precies bepalen wie dit olieverfschilderij vervaardigde. Een volgeling van Anthony Van Dyck, dachten ze. Omwille van die wat vage toeschrijving haalde het geen monsterbedrag op de veiling, maar er zat toch nog een flinke tienduizend euro in. Het stuk kwam uit de Belgische verzameling van Eric Lippens. De koper bleef onbekend.

Nu, zowat anderhalf jaar later, duikt het schilderij opnieuw op bij een veiling. Het ziet er aanzienlijk soberder uit. Om te beginnen is het 26 centimeter smaller, er is een hele strook canvas verdwenen. Voorts zijn de lucht en het pad minder kleurrijk, maar in ­beige-bruine tinten uitgewerkt. De benen van de ruiter zijn eerder schetsmatig aangezet.

Dierenstudie

Hoewel het schilderij er minder afgewerkt uitziet, schatten de kunstexperten dat de waarde nu veel hoger ligt. Tussen de één tot anderhalf miljoen dollar (940.000 tot 1.400.000 euro) denken ze. Als Sotheby’s het op 25 januari in New York veilt, doet het dat als een ­regelrechte Peter Paul Rubens. Het wordt omschreven als ‘Studie van een paard met een ruiter’.

Sotheby’s zet het werk in de ­vitrine als zeldzaam voorbeeld van een grootschalige dierenstudie van Rubens. Het venduhuis dateert het rond 1610, het moment waarop de schilder enkele paardenstudies maakte.

In de negentiende eeuw werd de paardenstudie van Rubens ‘vervolledigd’. Iemand voegde er als achtergrond een landschap aan toe, in de toenmalige stijl van Gustave Courbet. De ruiter kreeg een okergeel jasje en zijn been werd beter uitgewerkt.

‘Dat gebeurde vaak’, zegt professor Arnout Balis, voorzitter van het Rubenianum. ‘Als een werk naar de handel werd gebracht, en het zag er niet helemaal af uit, dan kreeg het een retouche. Tegenwoordig kunnen we die jongere verf met oplosmiddelen losweken. Zit er bruin pigment in de verf, dan komt die soms mee. Eeuwenoude verflagen hebben zich gehard en blijven zitten.’

‘Een persoon heeft zich met het schilderij in het Rubenianum gemeld, en we hebben het een half uur bekeken’, zegt Balis. ‘In dit geval ben ik niet verder dan dat er een goede kans is dat het Rubens is. Tegelijk is de beige achtergrond minder typisch voor Rubens, bij zijn andere ­bekende studies is die grijsblauw. Er zijn zoveel overschilderde lagen weggehaald, dat het werk niet in evenwicht is. Dus wat mij betreft, is het dossier niet rond.’

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig