REVIEW. Iedereen Bowie
The Van Jets Foto: Koen Bauters
Met de erfenis van David Bowie zijn we nog lang zoet. Eén jaar na zijn overlijden liepen jonge en minder jonge goden uit de Belgische muziekscene een ereronde voor het Britse popicoon.

‘Op 8 januari zou Bowie zeventig geworden zijn’, duwde ceremoniemeester Stijn Meuris nog even het mes in de wonde. Het gemis om de popgigant is één jaar nadat Magere Hein hem vroegtijdig op de schouder tikte nog erg groot. Zo groot dat de aan hem gewijde Radio 1 Sessie in de AB in geen tijd uitverkocht.

We kregen een bescheiden, maar gloedvol eerbetoon. Minder exuberant dan wat er zich afgelopen zondag op Bowies verjaardag in het Londense Wembley afspeelde, maar niet minder mooi.

Meuris beet de spits af met ‘Rebel rebel’. De band, met onder meer de gitaristen Roeland Vandemoortele en Bruno Fevery, bassist Mirko Banovic en Serge Feys op toetsen, liet zijn tanden zien. We misten blazers, maar de geweldige backings maakten veel goed. Je hoorde wel meteen een pijnpunt: nobody sings Bowie like Bowie. Meuris, met flinke korrel, spuwde meer dan hij zong.

De Brusselse jazzzangeres Tutu Puoane ging het beter af in ‘Changes’ en ‘Life on Mars?’. Toen ze zich met veel soul aan ‘Wild is the wind’ waagde, versmolt ze de Thin White Duke met zijn grote idool Nina Simone.

De gedoodverfde popkameleon een eigen kleur geven is uiteraard een huzarenklus. Johannes Verschaeve van The Van Jets deed een goeie poging met hoekige, knarsende gitaren in ‘Fame’. Op zijn geborduurde jasje prijkte achteraan het oog van Bowies laatste single ‘Lazarus’, een nummer dat Stefanie Callebaut van SX met veel lef maar een iets te grote kwak drama naar haar hand zette. ‘Space oddity’ lag haar wel verrassend goed.

Compact Disk Dummies botste met iets te dikke beats door ‘Fashion’ en ‘Ashes to ashes’. ‘Soulwax met een voorlopig rijbewijs’, knikte Meuris. Juist: waar wáren Stephen en David?

Verschaeves persoonlijke akoestischegitaarversie van ‘The man who sold the world’ greep je meer bij de keel. Arno hield het potsierlijk met een rasperige West-Vlaamse rap in ‘All the young dudes’. In ‘The Jean genie’ zag Le Plus Beau een surrealistische kruising tussen Bowie en Brel.

Noémi Wolfs maakte van ‘Moonage daydream’ en ‘Starman’ klaterende popsongs. BJ Scott verraste meer met een heftige versie van ‘I'm afraid of Americans’. Piet Goddaer, wie Bowie een warm hart toedroeg, hield het onderkoeld met het stadionbreed opgepoetste ‘Heroes’. Meer warmte zat er in Stef Kamil Carlens’ ‘Rock ‘n’ roll suicide’, dat hij opdroeg aan een overleden vriend.

Bowies timbre lag Carlens goed. Mooi hij zich met de aders bollend in de nek vastbeet in ‘Young Americans’. Toen je je ogen dichtkneep bij het heerlijke ‘Where are we now?’, zou je zweren dat je de meester uit de hemel was neergedaald. Bowie is dood, lang leve Bowie!

 Gezien op 9 januari in de Ancienne Belgique, Brussel

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig