Kraamzorg kent babyboom
Archiefbeeld Foto: Katrijn Van Giel
Na een bevalling een wildvreemde in huis halen die allerhande klusjes uitvoert en zelfs ‘mee-moedert’? Geen taboe meer onder jonge ouders.

Ouders vinden het niet langer een schande om in de eerste hectische dagen na de geboorte van hun zoontje of dochtertje extra professionele hulp in te roepen, die meehelpt in het dagelijkse huishouden en de opvoeding van de baby ter harte neemt. Dat blijkt uit de kraamzorgcijfers die Vlaams Parlementslid Vera Jans (CD&V) opvroeg.

In 2015 maakten maar liefst 11.445 gezinnen in Vlaanderen gebruik van bijkomende ondersteuning na een bevalling (samen goed voor 374.723 uren postnatale hulp). In vergelijking met 2011 komt dat neer op een derde meer. Experts spreken daarom over een maatschappelijke tendens die stilaan de norm wordt. 

‘In tegenstelling tot oudere generaties vinden jongeren het helemaal niet erg of afkeurenswaardig om een wildvreemde in huis te halen, die helpt met de verzorging van het kindje’, zegt Harlinde Exelmans, ­directeur zorgbeleid van Familiehulp, een van de 35 organisaties in Vlaanderen die kraamzorg aanbieden. ‘Soms komt  een medewerker gedurende  acht dagen, soms duurt het acht weken, afhankelijk van de noden en de situatie van de ouders.’

‘Noodzakelijk en nuttig’ 

Het grote voordeel zit vooral in de flexibiliteit van het personeel, dat multi-inzetbaar is. Kraamverzorgers draaien hun hand niet om voor huishoudelijke klussen, zoals het opvangen van andere kinderen en het doen van de vaat en de was; ze zijn ook bevoegd om de moeder te begeleiden en bijvoorbeeld tips te geven over borstvoeding. En ze mogen de baby verzorgen, luiers verversen, badjes geven. De sector spreekt dan ook niet toevallig over ‘mee-moederen’. 

Als het thuis bovendien fout loopt, medisch of psychosociaal gezien, ­oefenen kraamverzorgers ook een belangrijke ‘signaalfunctie’ uit naar andere diensten, zoals Kind en Gezin of de vroedvrouw of kinderarts. ‘Door de recente vluchtelingencrisis en de stijgende kansarmoede wordt die functie trouwens alleen maar belangrijker’, zegt Marlene Reyns, voorzitster van de Vlaamse Organisatie van Vroedvrouwen. 

Geen overdreven luxe

Dat extra paar handen noemen Exelmans en Reyns bijgevolg geen ‘overdreven luxe, maar in veel gevallen noodzakelijk en nuttig’. Zeker nu de federale minister van Volksgezondheid, Maggie De Block (Open VLD), inzet op bevallen met een verkort ziekenhuisverblijf van twee à drie dagen, en thuisbevallen aan populariteit toeneemt. 

Door die veranderende tendens en het feit dat vrouwen weer meer kinderen krijgen, ‘moet de echte toename aan kraamzorg nog beginnen’, zegt Vera Jans. 

Volgens de CD&V-politica volgt het Vlaamse budget gelukkig, om die ondersteuning blijvend betaalbaar te houden. Maar Reyns nuanceert dat budgettaire optimisme en weet bijvoorbeeld dat het in sommige gebieden nu al niet altijd mogelijk is om tijdens de weekends en feest­dagen kraamhulp aan te vragen, wegens een gebrek aan middelen.