‘Als niemand je kleding koopt, kom je niet vooruit’
Silhouetten uit de voorjaarscollectie van Leo Foto: Sascha Heintze

In tijden dat zelfs grote modehuizen worden gedwongen om te reageren op het succes van de vele populaire kledingketens, is het allesbehalve evident om als jonkies een eigen modelabel uit de grond te stampen. Het Belgische Léo, wiens derde volwaardige collectie net in de winkels ligt, probeert traag maar gestaag zijn plaats te veroveren.

Bij Léo denken velen misschien eerder aan de chocoladereep in de paarse verpakking, maar fashionista’s zien meteen de glitterrokken, stoere bombers en croptops van het gelijknamige Belgische modelabel voor zich. Léo werd gelanceerd in 2015 en is het kindje van Matthias Medear en Leonneke Derksen, partners in love and crime. Hij neemt de zakelijke kant voor zijn rekening, zij het creatieve.

‘Die drang tot ontwerpen heeft er altijd wel ingezeten’, vertelt Derksen, die opgroeide in Nederland en later een opleiding volgde aan de Antwerpse Modeacademie, waar ze vijf jaar geleden afstudeerde. ‘Niet dat ik vroeger kleding maakte voor poppen of barbies, het was meer een behoefte om verhalen te vertellen. Toen ik nog maar net kon tekenen en later schrijven, maakte ik allerlei plakboeken rond een verhaal.’

‘Met ouder worden ben ik me dan gaan interesseren in mode. Bij een tentoonstelling met jurken van verschillende grote namen, ontdekte ik dat je ook met kleding een verhaal kan maken. En dat is net wat mij zo aantrekt in mode: het kan echt een beeld geven over iemand, meer vertellen over wie hij of zij is.’

Na een vakopleiding, waar ze de praktische kant leerde van kleding maken, trok Derksen naar de Modeacademie. Hoe heeft ze die periode ervaren? ‘Ze stomen je klaar voor de echte wereld, en daar hoort kritiek bij. Natuurlijk ga je dan wel eens twijfelen aan jezelf, maar dat is een proces waar je gewoon door moet. Ze laten je vrij zoeken naar je interesses en hoe je die kan vertalen naar kleding. Tijdens mijn opleiding aan de Modeacademie merkte ik dat ik opnieuw inspiratie putte uit mijn verhalen van vroeger.’

‘Als niemand je kleding koopt, kom je niet vooruit’
Foto: Sascha Heintze

Intussen ligt de derde volwaardige collectie van Léo in de winkel. ‘Bij iedere collectie vertellen we telkens een ander verhaal, maar het draait altijd wel om hetzelfde meisje. Ik denk dat zij wel dicht bij mezelf ligt, bij wie ik zelf ben of zou willen zijn. De Léogirl, zoals wij haar zelf noemen, is een stoere chick, iemand die vrij open is, veel verschillende dingen wil doen en ontdekken, niet bang is om zich te amuseren. Dat algemene beeld gieten we dan iedere keer in een soort van verhaal.’

‘Vaak is dat een film, zoals de laatste wintercollectie deels geïnspireerd was door de spionne Nikita uit de gelijknamige film. Dit seizoen portretteren we onze Léogirl voor het eerst samen met haar vriendinnen, een verwijzing naar de Amerikaanse all-girl gang, wat ook terugkeert in details zoals de dollarprint en de piercings. Verder heb ik ook een aantal trends van eind jaren negentig herwerkt, zoals de chique training in velours van Juicy Couture en bandana’s. Er zijn ook verschillende stuks in vinyl die de naam dragen van Sisqo (die u ongetwijfeld nog kent van het r&b-hitje Thong song, red.).’

‘Als niemand je kleding koopt, kom je niet vooruit’
Foto: Sascha Heintze

Léo werd opgestart in een woelige periode in de modewereld. Grote modehuizen voelen zich genoodzaakt om korter op de bal te spelen en maken collecties meteen beschikbaar na de halfjaarlijkse catwalkshow, terwijl ketens naast fast fashion alsmaar vaker uitpakken met designercollabs met een iets hoger prijskaartje. Dat maakt het niet gemakkelijker voor een beginnend label om daartussen je plaats te vinden. Wat heeft jullie het meest verrast bij de opstart van een eigen modelabel?

‘Ik denk het feit dat er niet zoveel regels meer zijn in de modewereld. Het is echt constant in beweging. Dat is altijd al zo geweest, maar nu nog meer dan anders, en in die omstandigheden een merk opzetten, is niet gemakkelijk. Vooral dan omdat we op een heel erg natuurlijke manier te werk willen gaan.’

‘We willen niets forceren, we gaan zeker geen bakken geld uitgeven om ervoor te zorgen dat een bekend iemand onze stuks draagt en vervolgens een hype creëert. We willen dat het vanzelf komt, ons eigen netwerk opbouwen, maar daardoor duurt het natuurlijk ook langer. Dat is soms een beetje frustrerend, want ik heb weinig geduld. Maar ik weet dat snel vooruit gaan hier niet de juiste strategie is. Heel veel mensen die zo snel naar boven gaan, komen des te harder weer naar beneden.’

‘Wanneer is een merk succesvol: enerzijds als je het heel veel ziet, op straat en in magazines, anderzijds moet het ook goed verkopen. Daar zijn veel jonge labels misschien te weinig mee bezig. Wij vinden het belangrijk om van de winkels te horen wat verkoopt, en wat niet. Daarom is het beter om Léo geleidelijker uit te breiden. We willen onze markt uitbouwen als een olievlek, met mensen die steeds weer anderen over ons gaan vertellen.’

‘Als niemand je kleding koopt, kom je niet vooruit’
Foto: Sascha Heintze

Momenteel telt een collectie van Léo ongeveer 35 verschillende stuks. ‘Daarbij moeten we zien dat er ook voor iedereen iets bij zit: genoeg commerciële stuks, maar ook enkele opvallende modellen die kunnen worden gebruikt bij fotoshoots. Er moet ook voor de verschillende winkels iets bij zitten én het moet internationaal ook interessant zijn. Die selectie, dat is vooral het werk van Matthias, die mij volgt in het creatieve proces.’

‘Het is ook een uitdaging om onze klanten collectie na collectie te blijven verrassen. Wanneer was de laatste keer dat je iets voor een tweede keer heb gekocht? We naaien onze sokken niet meer dicht als er een gat in zit, we kopen gewoon nieuwe, we kúnnen dat ook. Dat wil niet zeggen dat ik voorstander ben van fast fashion, maar je moet wel begrijpen dat het momenteel de mentaliteit is: we zijn snel verveeld en willen steeds opnieuw verrast worden.’

‘Daarom probeer ik elke collectie een andere vibe te geven, die wel in één lijn ligt met de andere collecties. Er zijn elementen die elk seizoen terugkeren, bijvoorbeeld de keuze voor zilveren details, en ook bepaalde silhouetten die in de smaak vielen, werken we nog eens een tweede of derde keer uit. Al gaan we die wel steeds gaan herwerken. Een klant die de rok bij de eerste collectie heeft gekocht, moet toch een reden hebben om die ook te kopen zonder dat hij het gevoel heeft hetzelfde stuk te kopen.’

‘Als niemand je kleding koopt, kom je niet vooruit’
Foto: Sascha Heintze

Jullie hebben duidelijk nagedacht over het volledige plaatje inclusief verhaal van Léo. Heb je een mentor gehad? ‘Wie mij onbewust gestimuleerd heeft en voldoende zelfvertrouwen gegeven om zelf iets op te starten, is Guillaume Henri, toen ik voor Carven werkte (het Franse modehuis waar Henri tot 2014 creatief directeur was, red.). Hij is iemand met een zeer positieve uitstraling, met veel liefde voor het vak en de mensen met wie hij samenwerkt. Daar werken was voor velen een verademing: eindelijk iemand die menselijk omgaat met zijn personeel. Mode is keihard werken, maar keihard werken is niet erg als je voelt dat er waardering tegenoverstaat.’

‘Dichter bij huis hebben we enorm veel hulp gekregen van Chantal Rochez van de Antwerpse boetiek Step By Step. Vooral aan haar feedback hebben we veel gehad. Zij vertelde ons wat de klanten nu eigenlijk dachten, en vooral wat ze willen. Zij heeft ons van bij het begin heel erg begeleid met dat commerciële aspect: toon haar een stuk en ze weet meteen of het wel of niet gaat verkopen. Dat is misschien niet altijd leuk om te horen als je net van de Academie komt, maar ik kan wel heel leuk en creatief zitten ontwerpen, maar als niemand het koopt, dan kom je ook niet vooruit.’

Wat brengt de toekomst? ‘Momenteel hebben we een tiental verkooppunten binnen Benelux, en sinds dit seizoen wordt Léo ook verkocht in Tokio, Chicago en Rimini. Daarnaast denken we ook aan het uitbouwen van onze aanwezigheid online, omdat het merk dan meteen veel toegankelijker wordt. Sowieso willen we in de nabije toekomst meer samenwerkingen op poten zetten, zoals met Tsar B (oftewel de Gentse zangeres Justine Bourgeus, red.). Zij en ik, we zitten op hetzelfde niveau, we voelden ook meteen een klik toen ze ons haar eerste eigen single liet horen. Zij steekt in haar muziek vaak dezelfde referenties die ik gebruik voor mijn ontwerpen.’