‘Wil je partner geen kinderen? Neem een andere'
Foto: Patrick Post
Er hangt geen touwtje door de brievenbus van zijn landhuis in Twello. Hebben we Jan Terlouw dan verkeerd begrepen? Was zijn toespraak in De Wereld Draait Door een opwelling van naïeve nostalgie? ‘Vroeger was het beter? Dat is het laatste wat ik heb bedoeld.’ Een gesprek over vertrouwen en macht. En een portie grootvaderlijke raad.

dS Weekblad ging de Nederlandse oud-politicus Jan Terlouw opzoeken in zijn landhuis in Twello. Zaterdag leest u een uitgebreid gesprek met de 85-jarige man, hieronder vindt u alvast een voorproefje.

Met sarcasme, aangebrande grappen en schuttingtaal scoor je op tv. Gasten van Nederlands razend populaire De Wereld Draait Door kunnen hun zinnen nooit afmaken – hetzij uit een gebrek aan welsprekendheid, hetzij omdat presentator Matthijs van Nieuwkerk hen onderbreekt om zelf te ratelen, met een debiet dat dat van de Living­stonewatervallen ver overschrijdt.

De enige persoon die minutenlang zijn mening recht in de camera mag verkondigen, is de koning. En dan nog uitsluitend tijdens zijn kerstboodschap.

Vorige week vervielen echter de meest elementaire wetten van televisie. Het was te vroeg voor kerst. Jan Terlouw is veel – schrijver, oud-politicus, voormalig kernfysicus – maar vooralsnog geen vorst.

Van Nieuwkerk zweeg. En er viel geen enkele vloek of vette knipoog toen Terlouw, als presentje voor zijn 85ste verjaardag, acht minuten zendtijd kreeg. Oog in oog met de kijker. 

De toekomst

Opa vertelt. Dat leek het te gaan worden. Maar opa vertelde niet zoals je dat verwacht van een knar met grijs haar en ouderdomsvlekjes. Ja, het woord ‘vroeger’ viel een paar keer. Ook ‘oorlog’ bleek onvermijdelijk. En er was het nostalgische beeld van het touwtje in de brievenbus (hij vertelde over hoe er in zijn kindertijd overal touwtjes door de brievenbussen hingen, zodat iedereen zomaar bij elkaar naar binnen kon – een kwestie van vertrouwen).

Maar Terlouw was niet zeurderig of zuur. Hij had het niet over het verleden, maar over de toekomst. ‘Mensen zijn raar aan de gang gegaan met dat touwtje’, vertelt Terlouw. ‘Velen hebben niet begrepen dat ik helemaal niet heb opgeroepen om weer touwtjes in de brievenbussen te hangen.'

'Het was een metafoor, een aanzet om na te denken over wáárom wij dat nu niet meer doen, over waarom wij elkaar minder vertrouwen. Vroeger was het allemaal beter? Dat is het laatste wat ik heb bedoeld. We zijn er ontzettend op vooruit gegaan. We hebben meer kennis, welvaart, vrijheid, mogelijkheden. We radbraken burgers niet meer op het marktplein op zaterdag ter vermaak van de anderen. Wat zou ik dan lopen zeuren over hoe goed het vroeger allemaal was? Daar heb ik helemaal geen zin in. Ik zeg alleen: laten we kijken of we iets kunnen doen om het onderlinge vertrouwen te versterken', gaat Jan Terlouw verder.

Zonder PowerPoint

Terlouw staat ten zeerste versteld van de impact die zijn woorden hebben gehad. ‘Misschien is het pure weemoed. Zo’n oude man die nog wat zegt. Zo zonder papiertje, uit zijn blote hoofd nog wel, daar is nogal op gehamerd. Mensen die zonder PowerPoint en geaarzel een betoog kunnen houden, het wordt steeds schaarser.'

'Zelf vind ik dat niets bijzonders. Mijn vader was dominee binnen de Nederlands-Hervormde kerk, ik heb hem zo vaak horen preken. Hij had een prachtige stem, maakte zijn zinnen altijd mooi af. Het woordje euh kende hij niet, dat was zijn eer te na. Dat probeer ik ook.’

De zin van het leven

Terlouw onderbreekt zichzelf. ‘Het verkeerde van interviews is dat het gesprek altijd van één kant komt. Ik wil u ook iets vragen: hebt u kinderen?’ ‘Nee.’ ‘Waarom niet? De overbevolking?’ Ik antwoord dat de keuze niet zo idealistisch is geïnspireerd. Dat ik eigenlijk wel wil, maar mijn partner niet. ‘Oh, dan moet hij gecorrigeerd worden.’ Ik lach.

‘Dat meen ik heel serieus. Hij moet begrijpen dat een vrouw een kind hoort te krijgen, als ze dat ook maar enigszins wil. Dan wordt ze volledig vrouw. Als zij dat wil, heb je dat als partner gewoon te accepteren en ook te willen.’

Ik breng in dat je iemand toch niet iets zo levensbepalends als een kind kunt opdringen. Zijn antwoord is direct en pragmatisch: ‘Neem dan een andere partner. Als hij het echt niet wil, dan deugt er iets niet. Het is niet goed dat je partner je iets ontzaglijk wezenlijks wil onthouden. Zeg dat maar tegen hem namens mij. Ik zeg het ook tegen mijn kleinkinderen. Die meisjes hebben ook van die partners die maar willen uitstellen. Ze moeten beter nadenken over de essentie en de zin van het leven.’

Na afloop heeft hij nog één vraag. ‘Hoe oud bent u eigenlijk, als ik zo indiscreet mag zijn?’ ‘33.’ ‘Een kind. Nu. Niet langer wachten. Zeg maar tegen je partner: jij moet nog eens goed nadenken wat liefde betekent.’

Het volledige gesprek leest u zaterdag in dS Weekblad.