Philippe Herreweghe en deFilharmonie: herinneringen, dromen en uitdagingen
Foto: deFilharmonie
Kort na zijn aanstelling als muziekdirecteur van deFilharmonie in 1998 uitte Philippe Herreweghe al zijn verlangen naar een nieuwe concertzaal als thuisbasis voor deFilharmonie. “Muziek is toch een kunst van klanken?”, luidde het toen. “Het instrument waarop gespeeld wordt, hoe erop gespeeld wordt, maar ook hoe het in een ruimte klinkt, is van belang voor de ontwikkeling van het orkest.” Bijna 20 jaar later staat die nieuwe zaal er in Antwerpen. Een ideaal moment om even stil te staan bij Herreweghes verleden en toekomst bij deFilharmonie.
Dossier aangeboden door deFilharmonie.

Nu de nieuwe concertzaal instapklaar is, oogt de dirigent uiterst tevreden. “Bij het bespreken van de bouwplannen heb ik altijd te kennen gegeven dat ik niet hou van een egotrip van een architect die zijn signatuur wil zetten”, zegt Philippe Herreweghe. “De beste violen hebben altijd een vorm die op een viool lijkt. Ik ben steeds voorstander geweest van een traditionele concertzaalvorm zoals de Tonhalle in Zürich of Het Concertgebouw in Amsterdam. Die vorm heeft zijn deugdelijkheid bewezen.”

Voor deFilharmonie is de nieuwe zaal uiteraard een enorme opportuniteit, maar volgens Philippe Herreweghe wachten er ook uitdagingen voor het publiek. “We waren ondertussen zowat het enige goede orkest in Europa dat geen eigen zaal had”, zegt de hoofddirigent. “Een eigen goede concertzaal is van levensbelang voor de klankontwikkeling en ze is nodig om zowel goede musici, als goede dirigenten en solisten aan te trekken. Tot slot is een moderne concertzaal ook de sleutel om een divers publiek te bereiken. We moeten er uiteraard niet alleen blockbusters programmeren, maar we moeten het publiek ook uitdagen, hen informeren en begeleiden naar minder evident repertoire.”

“Het publiek dat we in de nieuwe Koningin Elisabethzaal hopen te verwelkomen mag gerust wat meer divers zijn dan voordien”, vindt Philippe Herreweghe. “Nu, in de tijd van Gustav Mahler zaten er ook niet alleen maar tieners in de zaal. Toch moeten ook de jongeren ergens hun plaats kunnen vinden in die rijke muziekwereld. De jeugdkoren en -orkesten spelen daar een belangrijke rol in. Ik heb tijdens mijn humanioratijd het geluk gehad te kunnen musiceren op school. Het waren uitvoeringen die absoluut niet geschikt waren om opnames van te maken, maar het leverde wel fantastische ervaringen op. Heel veel mensen die dat toen meegemaakt hebben, zijn achteraf echte melomanen geworden. Daarom droom ik ervan dat er aan de nieuwe Koningin Elisabethzaal een jeugdorkest verbonden zou zijn. deFilharmonie kan daar een rol in spelen, maar dat zou ook vanuit een breder perspectief georganiseerd kunnen worden.”

Philippe Herreweghe wordt op 2 mei 70. Ondertussen is hij ook al 18 jaar hoofddirigent van deFilharmonie. Geen enkele dirigent van het orkest deed hem dat voor. Hoe kijkt hij terug op die lange samenwerking? “Toen ik bij deFilharmonie kwam, was ik zeer onervaren om met zo’n groot orkest te werken”, antwoordt Philippe Herreweghe. “Ik was gewoon om drie dagen aan een motetje van Rameau te werken en plots moest ik een heel concertprogramma op een voormiddag of twee voorbereiden. Ik heb veel geleerd van deFilharmonie en zij van mij. Zo ben ik ondertussen de dirigent die het langst gebleven is. En we hebben mooie resultaten geboekt.”

In december trekt deFilharmonie naar China en India. Illustreert zo’n tournee de toegenomen reputatie van het orkest? Philippe Herreweghe: “Slechts enkele orkesten in de wereld zijn bekend in het buitenland omdat ze ongelooflijk goed zijn en voortdurend de standaard neerzetten. Tegenwoordig zijn opnames ontzettend belangrijk, die via verschillende kanalen wereldwijd verspreid worden. We hebben enkele opnames gemaakt die ontzettend goede kritieken hebben gekregen. In de orkestwereld weet men ondertussen dat deFilharmonie een grote vooruitgang heeft gemaakt. deFilharmonie is onvergelijkbaar veel beter dan 20 jaar geleden. Door de naambekendheid van Jaap van Zweden, Edo de Waart en mezelf trekken we uiteraard ook goede musici aan. Onlangs kwamen er 127 klarinettisten naar een auditie zodat we meer dan ooit uitstekende kwaliteit kunnen binnenhalen. Gelukkig maakt Vlaanderen nog steeds de middelen vrij om ook de financiële consequenties van dat kwaliteitsstreven te kunnen blijven dragen.”

Ondanks al dat goede nieuws, klinken ook wel eens geluiden dat klassieke muziek onder druk staat. Philippe Herreweghe relativeert. “De bedreiging voor de klassieke muziek zie ik vooral in de wereld waar de kinderen nu opgroeien en waar veel minder plaats is voor muziek, voor literatuur of geschiedenis”, zegt de dirigent. “Ze leren een maatschappij kennen waar alles steeds vaker draait om geld en waar het nutsdenken enorm is toegenomen. De wereld is echter groter dan Vlaanderen. In Korea waar ik regelmatig kom, maar ook in Scandinavië, krijgt muziek nog altijd een belangrijke plaats in de opvoeding. Dankzij de interesse uit vooral Korea en China zijn er afgelopen decennia miljoenen mensen bijgekomen die geïnteresseerd zijn in klassieke muziek. Maar overal heb je altijd ‘Diaghilevs’ nodig (de manager-intendant van de Ballets Russes die 100 jaar geleden onder meer Stravinski in Parijs lanceerde, n.v.d.r.).”

Tom Eelen