Foto: deFilharmonie
De nieuwe Koningin Elisabethzaal is een grote stap in de evolutie van deFilharmonie. In zijn nieuwe thuisbasis kan het orkest een eigen klankcultuur ontwikkelen, zoals andere grote symfonische orkesten met een eigen zaal. Voor Henk Swinnen, artistiek directeur van deFilharmonie, biedt de nieuwe zaal kansen om met een ruimer repertoire meer mensen te bereiken.
Dossier aangeboden door deFilharmonie.

"De hoofdbrok blijft uiteraard het grote symfonische repertoire, omdat we nu eenmaal een groot symfonisch orkest zijn. Maar tegenwoordig ben je als symfonisch orkest niet beperkt tot het repertoire vanaf Beethoven, maar kun je daar heel andere dingen bij doen. Dankzij onze jarenlange samenwerking met Philippe Herreweghe is deFilharmonie goed op de hoogte van historische uitvoeringspraktijken, en kunnen we het oudere repertoire op een verantwoorde manier brengen. En samen met Philippe kunnen we ook andere uitdagingen aangaan. Zo zijn we net een Tsjajkovski-cyclus met hem gestart: hij geeft op zijn manier een heel eigen interpretatie aan die muziek. Die wisselwerking is een enorme verrijking voor het orkest."

Voor iedereen

De artistiek directeur wil de nieuwe locatie ook gebruiken om een breder publiek te bereiken. "Klassieke muziek is er voor iedereen. Onze kunstvorm kan iedereen aanspreken. Het komt er alleen op aan wat je brengt, en op welk publiek je je richt. In de nieuwe zaal kunnen we ook symfonische muziek brengen die niet tot de strikt klassieke muziek behoort, zoals filmmuziek of muziek die geaard is op andere stijlen – voor volgend seizoen plannen we bijvoorbeeld een Arabisch concert en een concert met Indiase muziek."

deFilharmonie zal ook een jonger publiek aanspreken met 'clubconcerten' op donderdagavond, waar twintigers en dertigers op een heel andere manier klassieke muziek kunnen beleven.

Heden en verleden

Die nieuwe initiatieven komen naast wat Swinnen de 'museumfunctie' van deFilharmonie noemt. "Als symfonisch orkest is het onze taak om de muzikale canon in bijzondere interpretaties te reproduceren. En dat blijven we zeker doen."

deFilharmonie plant ook een nieuwe concertreeks waarin hedendaagse componisten hun eigen werk dirigeren, gespiegeld aan werken uit de canon die hen inspireren. "Er zijn zoveel componisten die ook uitstekende dirigenten zijn – ik denk aan John Adams, Matthias Pintscher, Péter Eötvös, Thomas Adès, James McMillan, … Hoe boeiend is het niet om John Adams zijn eigen Vioolconcerto te laten dirigeren, in combinatie met een symfonie van Sibelius; of Péter Eötvös eigen werk te laten combineren met een concerto van Bartók?"