70 procent meer doctorandi in 10 jaar tijd
Hilde Crevits. Foto: BELGA

Vlaamse universiteiten leveren steeds meer doctorandi af. Maar de door­stroming naar de arbeidsmarkt verloopt niet altijd over rozen.

‘Worden er te veel doctoraten afgeleverd? Ik denk van niet. Maar ik vind wel dat we de beschikbare kennis van al die afgestudeerden beter moeten inzetten.’ Dat zegt emeritus professor Jean-Pierre Henriet (UGent). Voor de Koninklijke Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten heeft hij in het afgelopen jaar de debatten geleid over de meerwaarde van het doctoraat.

Volgens de laatst beschikbare cijfers zijn er in het academiejaar 2013-2014 1.724 doctoraten behaald. Dat zijn er 71 procent meer ten opzichte van 2004-2005, laat het kabinet van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) weten. Die toename is vooral te danken aan de onderzoeksgelden die Vlaanderen en Europa hebben vrijgemaakt.

‘Zonder meer een positieve evolutie. De kwaliteit van de doctoraten blijft bovendien hoog’, benadrukt Henriet. ‘Maar de aandacht mag niet zuiver op de productie van doctoraten gericht zijn. Ook de overgang naar het bedrijfsleven en de maatschappij is cruciaal in onze kenniseconomie.’

Geen professor

Doctoraten bieden geen garantie meer op een bestaan als professor. Volgens de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI) bouwt ‘slechts’ 20 procent van de houders van een doctoraat een academische carrière uit in Vlaanderen. ‘Dat is helemaal niet erg’, zegt Ignace Lemahieu, de directeur Onderzoeksaangelegenheden van de UGent. ‘Die mensen zijn getraind in verstandig onderzoek voeren en daarom ook zeer belangrijk voor onze arbeidsmarkt.’

Met een werkzaamheidsgraad van 92,6 procent, aldus het VRWI, scoren de houders van een doctoraat inderdaad het best van alle diploma’s op de arbeidsmarkt. Maar een aantal onder hen begint wel in een andere sector of neemt een lager ingeschaalde baan. ‘Daarom zou individueel ondernemerschap moeten worden aangemoedigd’, zegt Henriet. ‘Elke doctorandus zou een businessplan moeten kunnen maken om zijn of haar specifieke kennis te valoriseren.’

Een heikel punt is de financiering, een al langer bekend pijnpunt. Voor de doctorandi loopt die vlot. ‘Maar voor de omkadering is dat minder het geval’, aldus Lemahieu van de UGent. ‘Het professorenkorps volgt niet hetzelfde ritme.’

Crevits wijst erop dat er groeimarge zit op het aantal doctoraten. Met twee doctoraathouders per 1.000 inwoners in de leeftijdscategorie 25 tot 34 jaar scoort Vlaanderen beter dan het Europese gemiddelde. ‘Maar landen die voorop lopen in innovatie, zoals Zwitserland (3,4), Zweden (2,8) of Finland (2,7), doen het nog beter.’