Krenten in de zwarte pap
Foto: Koen Bauters

The Cure kan na al die jaren nog klinken als een indiebandje dat iets te bewijzen heeft en de gitaren maar wat graag laat loeien. En de songs uit hun poppy repertoire brengen het publiek nog altijd in extase.

The Cure heeft er de laatste jaren een gewoonte van gemaakt om zijn sets in twee delen te serveren: een relatief korte hoofdset, gevolgd door drie tot vier ‘bisrondes’ (als je die opeenvolging van blokken bestaande uit minstens vier songs tenminste nog zo kunt noemen). We wisten dus dat het concert nog maar halverwege was, toen Robert Smith en de zijnen van het podium verdwenen na een dreunend Give me it – een song die mooi liet horen hoe The Cure na al die jaren af en toe nog klinkt als een indiebandje dat iets te bewijzen heeft en de gitaren maar wat graag laat loeien. Groot was het contrast met de songs uit hun poppy repertoire, waarmee de band het publiek in extase kreeg. Wie kan er ook weerstaan aan de lokroep tot dansen van de gladde hooks in In between days of Close to me? Wij alvast niet.

Maar het waren lang niet allemaal hapklare brokken in de zwarte newwavepap. This is another unreleased song, zo kondigde Smith Step into the light aan. In dezelfde categorie paste It can never be the same, dat Smith opdroeg aan de pas overleden Leonard Cohen. ‘There won’t be another one’, klonk het in die song. Helemaal waar. Net zoals Cohen uniek was, is ook The Cure niet vast te pinnen op één welbepaalde sound. Welke andere band zou immers wegkomen met een set die zulke uitersten opzocht, van het melancholieke, in liefdesverdriet zwelgende Pictures of you tot de opzwepende seventiesfunk (die intro had zó van Earth, Wind & Fire kunnen zijn) van Hot hot hot!? The Cure deed het bovendien zonder al te veel show: geen uitzinnige decors, geen uitgekiend lichtplan, zelfs geen bindteksten. Of toch wel: Robert Smith vroeg tijdens Wrong number ‘of hij misschien president Trump aan lijn kon krijgen?’.

Slimme zet. En slimme set, want na deze song ging de jukebox aan en kregen we als toetje onder meer The lovecats, Lullaby en Boys don’t cry voorgeschoteld. Zo kreeg die pap dan toch nog wat krenten mee.

Gezien op zaterdag 12 november in Sportpaleis, Antwerpen.