Clinton verliest, maar kreeg wel de meeste stemmen
Aanhangers van de Democratische partij reageerden verslagen op de nederlaag van hun kandidate. Foto: AFP

Donald Trump wordt de 45e president van de Verenigde Staten, terwijl zijn Democratische tegenstander Hillary Clinton meer bolletjes achter haar naam kreeg dan hij. Een vreemde situatie, die slechts voor de vijfde keer in de Amerikaanse geschiedenis voorkomt, en een gevolg van het getrapte kiessysteem.

Hillary Clinton haalde - afgaande op recente analyses van The New York Times - 0,6 procent meer stemmen binnen dan haar Republikeinse concurrent Donald Trump. Concreet gaat het om 59.238.521 stemmen tegenover ‘slechts’ 59.088.024: een verschil dus van meer dan 150.000 kiezers.

En toch heeft Clinton de verkiezingen verloren. Die op het eerste gezicht tegenstrijdige situatie is een gevolg van het specifieke, ‘getrapte’, karakter van het Amerikaanse kiessysteem.

De Amerikanen stemmen in zekere zin niet rechtstreeks voor een presidentskandidaat, maar duiden zogeheten ‘kiesmannen’ aan. Elk van de vijftig staten in de VS beschikt over een bepaald aantal kiesmannen, afhankelijk van het aantal inwoners. Tegelijk geldt het principe van the winner takes it all: de presidentskandidaat die in een staat de meerderheid van de kiezers achter zich weet te scharen, krijgt meteen alle kiesmannen van die staat.

Op die manier kan het gebeuren dat veel stemmen verloren gaan.

In totaal zijn er 538 kiesmannen. Zij zijn het die uiteindelijk - over enkele weken - in het kiescollege de president zullen aanduiden. Wie een meerderheid wil behalen en de presidentsverkiezingen wil winnen, moet een meerderheid van 270 kiesmannen verzamelen. Om 16 uur Belgische tijd had Clinton er 228 verzameld, Donald Trump 289.

‘Onrechtvaardigheden’

Als de situatie blijft zoals ze is, zal Hillary Clinton de vijfde presidentskandidaat zijn in de Amerikaanse geschiedenis die ondanks een meerderheid van de stemmen toch geen president wordt.

De laatste keer dat dat gebeurde was in het jaar 2000. Toen verloor de Democratische kandidaat Al Gore de verkiezingen van George W. Bush, hoewel hij meer dan een half miljoen stemmen meer had gekregen. Bush kreeg na een zenuwslopende hertelling in de staat Florida een heel nipte meerderheid van 271 kiesmannen, terwijl Gore op 266 kiesmannen strandde.

Na het nipte verlies van Gore gingen bij de Democraten stemmen op om het systeem eerlijker te maken. Maar nadat George W. Bush en Barack Obama de verkiezingen wonnen met een overtuigende meerderheid van de stemmen achter zich, deemsterde de roep om hervorming weg.

De kans lijkt reëel dat na het verlies van Hillary Clinton spoedig opnieuw gevraagd zal worden om de onrechtvaardigheden uit het systeem te halen.