REACTIES. Tom Boonen: “Brons, dat telt niet”
Foto: BELGA

Twee keer op rij wereldkampioen worden, het is weinigen gegeven. Toch deed Peter Sagan het zondag in Doha: in een sprint toonde hij zich de sterkste voor Cavendish en Boonen, die perfect Belgisch ploegwerk net niet kon afronden. “Had ik maar een mannetje meer gehad in de finale”, stelde Boonen achteraf.

Tom Boonen: “Op een WK sprint je voor de zege, niet voor brons”

“De ontgoocheling overheerst”, stak Boonen van wal na zijn derde plaats. “In de laatste twee kilometer controleerden enkel Jürgen Roelandts en ik nog de wedstrijd. Onze ploeg heeft enorm veel werk verricht en de wedstrijd in handen gepakt, zoals we dat zo graag doen. Maar sommige inspanningen worden cash betaald, dus we moesten erover waken dat we niet te veel in het rood gingen.”

De koers duurde volgens Boonen misschien wel een uurtje te lang. “De koers zat op slot op dat plaatselijke circuit, het duurde wat lang en iedereen zat toen al op zijn tandvlees.” Was de tactiek van de Belgen wel de juiste om, toen de voorsprong voldoende was, in de laatste twee ronden zo hard te blijven werken? “Het maakt weinig uit. Jasper, Jens en Oliver hadden al enorm veel werk verricht op kop, in de finale waren we die toch kwijt. Of ze nu wel of niet blijven rijden op kop, zij gaan in de finale niets meer op poten zetten. Dus je kan maar beter met hen hard blijven rijden tot ze kapot zaten. In die situatie, op het eind, ging er niets meer veranderen.”

De tactiek was volgens Boonen duidelijk. “Greg zou de aanvallers counteren in het slot en dan zou hij normaal bij mij en Jürgen gekomen zijn voor de sprint, maar dat was niet het geval.” Verwijt hij de Waaslander dan iets? “Neen”, aldus Boonen. “Ik heb nog niet met Greg kunnen spreken, er zal wel een reden voor zijn.”

In hete omstandigheden kon Boonen de kroon op het werk zetten, maar Sagan en Cavendish gooiden roet in het eten. “Had ik nog een mannetje meer mee gehad in de slotfase, dan sprint ik hier mee voor de eerste plaats. Nu versprong mijn ketting ook nog eens op 30 à 40 meter van de finish. Dat ik toch nog derde werd? Dat telt niet. Als je op een WK mee mag sprinten, dan wil je gewoon winnen. Maar goed: als je vierde bent, heb je helemaal niets.”

Peter Sagan: “Ik ben in shock”

“Neen, ik kan het niet geloven”, sprak Peter Sagan achteraf. “Ik had nooit gedacht dat ik mezelf als wereldkampioen zou kunnen opvolgen, ik ben in shock.”

In shock was misschien wat overdreven, maar het zag er inderdaad even benauwd uit voor de Slovaak. “Bij de waaiervorming hing ik helemaal achteraan te bengelen. Ik kon gelukkig wel rekenen op mijn broer Juraj die voor mij bidons ging halen. Hij heeft zijn leven voor mij geriskeerd. Het hielp allemaal, want in de sprint hield Sagan Cavendish en Boonen achter zich. “Maar ik heb geluk gehad dat Nizzolo de deur niet toe deed, anders kon ik er naar fluiten.”

Wereldkampioen worden, het bleek toch niet te wennen. “Dit is ongelooflijk”, bleef hij maar herhalen. “Ik wil al mijn meegereisde vrienden, fans en vrouw bedanken. Misschien bouwen we wel a little party tonight. Hopelijk een langer dan vorig jaar in Richmond, waar daar waren alle bars al toe om middernacht.”

Greg Van Avermaet: “Parcours te plat om weg te rijden”

“We rijden een heel sterke wedstrijd met de Belgen”, reageerde Greg Van Avermaet, die zelf tiende werd. “Maar op het einde winnen we niet. Dat hoort bij de koers en natuurlijk ben ik wel een beetje ontgoocheld.”

De tactiek was simpel: Van Avermaet moest aanvallen counteren in de finale en de sprint helpen voorbereiden. Op papier simpel, maar in de koers niet gemakkelijk. “Toen Niki (Terpstra, nvdr.) ging, sprong ik mee en hebben we wel geprobeerd, maar op dit parcours kon je gewoon niet wegrijden. De wind zat daarvoor ook niet goed en het is gewoon te plat. Bovendien reed iedereen op ons wiel, omdat ze wisten dat we iets zouden proberen. Het lukte niet.”

Toen Leezer wegsprong op 2,4 kilometer, zat Van Avermaet in het wiel, leek hij mee te springen, maar deed hij het uiteindelijk niet. Was de tank leeg? “Neen, ik wilde nog wat wachten en eerlijk gezegd verraste hij mij. Ik dacht eerder dat Terpstra nog eens zou gaan, ik was niet direct mee in het wiel en dan heeft het geen nut om het meteen dicht te rijden. Daarna probeer ik nog naar Jürgen en Tom te rijden, maar het ging zo snel, ik zat in tiende positie en het lukte me niet. Dat betreur ik wel, maar voor het overige denk ik dat we trots moeten zijn op de prestatie van de Belgen. Als wij geen oorlog maken, is er geen koers, we hebben gedaan wat we moesten doen op dit biljartvlakke parkoers. Meer kon je ook niet doen. En hoe moesten we het anders doen? Op zo’n parcours rijd je Sagan en Cavendish er nu eenmaal niet gemakkelijk af.”

Naesen en Stuyven: “Iedereen zat door zijn krachten heen”

Oliver Naesen en Jasper Stuyven verrichten heel wat werk voor de Belgen op het WK in Doha. Ze forceerden mee de waaier en op het plaatselijke circuit reden ze, samen met Jens Keukeleire, bijna de hele tijd op kop.

Voor Stuyven ging het licht uit op 6,5 kilometer van de finish, voor Naesen wat later. Zij aan zij kwamen ze over de finish. “Ik denk dat er gewoon geen aanvallen meer waren op het eind, omdat iedereen door zijn krachten heen zat”, verklaarde Oliver Naesen. “Het ging heel hard, we zijn gewoon blijven rijden omdat het onze opdracht was. De kopmannen voelden zich goed, dus we reden ons het snot uit de neus. Ik denk dat tevreden mogen zijn met brons. Natuurlijk is goud nog mooier, maar tegen Cavendish en Sagan kan je weinig beginnen. Ik denk dat er wel opluchting is dat Tom het podium haalt, er lag druk op onze schouders en we keren naar huis met een bronzen medaille. Dat is niet slecht. We mogen trots zijn, we hebben hier met de Belgen echt de koers gemaakt en ik denk dat het publiek er wel van genoten heeft. Het ging echt hard in die waaier, het was knokken. Tom was echt sterk, af en toe nam hij de kop en moest ik naar adem happen, zo snel ging hij. Ik heb nadien echt een uurtje moeten bekomen omdat het zo hard ging in die woestijn.”

Dat beaamde ook Jasper Stuvyen die, net zoals Naesen, zijn debuut maakte op het WK. “Het ging ontzettend hard, ongelooflijk wat voor tempo we daar maalden. We bleven met een klein groepje over. Een goede zaak, dus daarom bleven we op dat plaatselijke circuit ronddraaien en dan was het aan Tom om te sprinten, want op het eind ontsnappen was quasi onmogelijk, daarvoor zat de wind verkeerd. Ik weet niet of we met die derde plaats blij of teleurgesteld moeten zijn. Misschien zal het pas vanavond een beetje bezinken. Brons is een troostprijs, maar ik denk dat we het met de ploeg op de best mogelijke manier hebben gespeeld. Dan is het dus wel goed dat we niet met lege handen achter blijven.”

Mark Cavendish: “Ik verlies goud door eigen schuld”

Mark Cavendish kon zich voor een tweede keer tot wereldkampioen kronen, maar blijft achter met een zilveren medaille. “Ik verlies hier het goud door mijn eigen schuld”, oordeelde de 31-jarige Brit.

Cavendish reed een alerte koers, voortdurend vooraan en toen het peloton in stukken brak, was hij mee met de Belgen. “Het was echt een sprint naar die bocht”, doet hij zijn verhaal. “Net daarvoor werd het peloton al op een lint getrokken. Je wist dat het zou gebeuren. Ik zat in die bocht in het wiel van Luke Rowe. We waren mee in de eerste waaier, ook Blythe was er nog bij. Jammer genoeg valt Rowe uit door een lekke band, anders had ik nog een mannetje meer.”

In de sprint zelf maakte Cavendish naar eigen zeggen een tactische fout. “Ik zat in het wiel van Sagan, op de linkerzijde, maar daar raakte ik ingesloten. Sagan vond nog net het gaatje, maar ik niet. Ik moest langszij, zelfs even stoppen met trappen en dan langs Matthews gaan. Het kalf was daar verdronken. Ik kom nog voorbij Tom Boonen, maar voor Sagan kwam ik te laat. Dit is balen. Je kan een sprint verliezen omdat je niet de snelste bent, maar hier rijd ik eigenlijk wel de snelste sprint, maar kom ik te laat door mijn eigen schuld. Ik had kunnen winnen, maar verlies hier het goud. Dit zal me nog lang bijblijven.”

Cavendish veroverde ook al zilver in het omnium op de Olympische Spelen. “Daarna moest ik mezelf weer even opladen, maar al snel lag de focus weer op het WK en ik heb me goed voorbereid. Het was jammer dat die ziekte me drie weken geleden parten speelde. Ik voelde gewoon dat ik een deel van mijn goede vorm kwijt was. Eerlijk gezegd was ik verbaasd dat ik hier nog zo goed was.”