Waarom assisen niet helemaal verdwijnt
Beeld op het assisenproces tegen Ronald Janssen, voor de moord op Annick Van Uytsel. Foto: photo news

Gerechtspsychiater Hans Hellebuyck noemde Bernard Wesphael een leugenaar. Toen de assisenvoorzitter hem vroeg waarop hij zich baseerde, antwoordde de psychiater: ‘Ik las dat in de media’.

Toen de voorzitter de speurders ondervroeg, bleek dat ze hun processen-verbaal hadden aangepast en dat hun onderzoek slordig was geweest. ‘Als het proces tegen Wesphael geen assisenzaak was geweest, maar een correctionele zaak, was voor de rechter Wesphael een leugenaar en had hij niet geweten dat de speurders hun werk niet naar behoren hadden gedaan’, zegt advocaat Jef Vermassen.

Het voorbeeld toont aan wat voorstanders van de assisenprocedure altijd hebben gezegd: omdat voor de assisenjury de tijd wordt genomen om getuigen aan het woord te laten en de zaak helemaal uit de doeken te doen, voorkom je gerechtelijke dwalingen.

‘Bij de uitholling van assisen werd advocaten verzekerd dat er ook door de correctionele rechter getuigen en experts zouden worden opgeroepen, maar niets is minder waar’, zegt Vermassen.

Fouten

‘Moordpoging, wat al langer gecorrectionaliseerd is, duurde eerst twee dagen, daarna één, nu wordt het behandeld tijdens een gewone zitting, samen met zes, zeven andere zaken. De grondigheid van assisen gaat ten onder. Natuurlijk kunnen rechters lezen wat er in het dossier staat. Maar het is pas door experts of speurders te ondervragen dat je merkt dat er fouten zijn gebeurd.’

Voor alle duidelijkheid: ondanks alle verontwaardiging over de nieuwe praktijk bij justitie, assisen is niét afgeschaft. Als minister van Justitie Koen Geens (CD&V) dat had gewild, had hij een grondwetswijziging nodig en een tweederdemeerderheid in het parlement.

Hoewel assisen in theorie nog mogelijk is, zal het in werkelijkheid zelden voorkomen. ‘Dit is een van de ongelijkheden van het nieuwe systeem’, zegt Vermassen. ‘De rechter beslist, maar die volgt altijd de procureur. Als die levenslang wil, wordt het assisen. Als de advocaten van de verdediging of van burgerlijke partij de assisenprocedure eisen, wordt daar niet op ingegaan.’

Omdat minister Geens niet doof is voor de kritiek, overweegt hij een nieuwe wetswijziging en de invoering van ‘criminele kamers’: één rechter geflankeerd door twee assessoren – een psycholoog en criminoloog – en een beperkte jury. Zo zou de burgerjury blijven bestaan en zou er toch een meer mondelinge procedure mogelijk zijn.