Wagens verbruiken bijna helft meer dan aangegeven
Foto: Reporters / DPA

De kloof tussen het verbruik van wagens op papier en in het echt wordt steeds groter. Driekwart van de vooruitgang op vlak van CO2-uitstoot bestaat eigenlijk niet, concludeert een nieuwe studie. ‘De laatste drie jaar is er eigenlijk geen beterschap geboekt.’

Op papier is het verbruik van auto’s, en daarmee ook de CO2-uitstoot, de laatste jaren flink gedaald. Maar het overgrote deel van die vooruitgang is het resultaat van testmanipulatie en andere trucs, en bestaat dus niet echt. Dat concludeert Mathias Reynaert, onderzoeker aan de Toulouse School of Economics, in een nieuwe studie.

Reynaert keek naar de data uit de tankkaarten van Nederlandse chauffeurs met een bedrijfswagen, goed voor meer dan 27 miljoen bezoeken aan het tankstation. Zo kon hij vergelijken hoe vaak de chauffeurs tankten en hoeveel kilometer ze reden.

Daaruit bleek een diepe kloof tussen het echte en het officiële verbruik, en dus ook de uitstoot van CO2. Wagens uit 2014 verbruiken zo meer dan 45 procent meer dan aangegeven. ‘Die kloof blijft niet beperkt tot een of enkele fabrikanten’, concludeert Reynaert. ‘Een gelijkaardige trend is te zien bij alle belangrijke automakers actief in Europa.’ Bij Renault is het verschil tussen officiële en werkelijke prestaties het grootst. Ook bij Toyota en Ford is de kloof groot.

Het verschil groeit bovendien. ‘Vroeger lag het verschil tussen officieel en werkelijk verbruik vrij stabiel rond de tien procent. Maar sinds de regulering in 2009 wordt de kloof almaar dieper. Driekwart van de vooruitgang is eigenlijk het resultaat van gaming’, zegt Reynaert. Hij stelt dat het net regulering is die de automakers heeft aangezet tot valsspelen. Zij moeten kiezen tussen grote kosten maken en de tests manipuleren. De meesten gaan voor de tweede optie, via sjoemelsoftware, maar ook door zogenaamde ‘golden vehicles’ naar de tests te sturen, wagens die tot het uiterste aangepast zijn om de test te doorstaan. Reynaert denkt dat een brandstofbelasting een betere manier zou zijn om de CO2-uitstoot terug te dringen.