Facebook laat dan toch de historische foto van het 'napalmmeisje' toe nadat de Noorse krant Aftenposten een open brief had gepubliceerd gericht aan de ceo van Facebook Mark Zuckerberg. Aftenposten vroeg dat Zuckerberg voor eens en altijd beseft dat hij ''s werelds meest machtige redacteur' is.

Een Noorse redacteur had de foto uit de Vietnamoorlog, waarin een meisje wegloopt van een aanval met napalm, op de sociaalnetwerksite gepost, maar dat was niet naar de zin van Facebook. Het bedrijf verwijderde de foto omdat er naakt te zien was.

Daarop schreef de Noorse krant Aftenposten een open brief aan Mark Zuckerberg. Ze omschreef het verwijderen van de foto als 'machtsmisbruik'. De brief lokte heel wat verontwaardigde reacties uit, onder meer van de Noorse premier Erna Solberg. 

Solberg betuigde haar steun aan de Noorse krant in de beslissing om zowel de foto als de open brief op haar voorpagina te plaatsen. Nadat Facebook echter ook dat bericht verwijderde, vroeg Solberg de socialenetwerksite in nog een nieuw bericht om zijn regels inzake publicatie te herzien en zijn verantwoordelijkheid op te nemen. 'Wat Facebook doet met de censuur van zulke foto's, is het beperken van vrijheid. Wat de intenties ook mogen zijn, ze bewerken onze geschiedenis', aldus premier Solberg.

Uiteindelijk is Facebook toch overstag gegaan omdat het om 'een iconisch beeld gaat van historisch belang'. Het delen ervan is belangrijker dan het beschermen van onze gemeenschap, klinkt het. Overal waar het beeld is verwijderd, zal Facebook het beeld toch toelaten.

'Geen perfecte oplossing'

Voor zijn bocht reageerde Facebook dat het moeilijk is om een 'onderscheid te maken tussen het toestaan van een foto van een naakt kind in één situaties en niet in andere situaties'. 'We proberen de juiste balans te vinden waarbij we mensen in staat stellen om zichzelf te uiten, terwijl we tegelijkertijd een veilige en respectvolle ervaring bieden voor onze wereldwijde gemeenschap. Onze oplossingen zullen niet altijd perfect zijn, maar we blijven proberen om ons beleid en de manier waarop we dit toepassen te verbeteren.'

De integrale brief, zoals hij vanmorgen verscheen op de voorpagina van de Noorse krant Aftenposten:

Beste Mark Zuckerberg.

Ik volg u op Facebook, maar u kent me niet. Ik ben hoofdredacteur van de Noorse krant Aftenposten. Ik schrijf u deze brief om mee te delen dat ik me niet wil schikken naar uw eis om de foto van Nick Ut te verwijderen.

Niet vandaag, en niet in de toekomst.

Die eis kwam woensdagmorgen per mail van het Facebookkantoor te Hamburg. Nog geen 24 uur na de mail, nog voor ik de kans had gekregen om te antwoorden, namen jullie het eigen heft in handen en verwijderden jullie het artikel en de foto van de Facebookpagina van Aftenposten.

Ik moet eerlijk zijn: ik maak me geen illusies, u zal deze brief waarschijnlijk niet lezen. De reden waarom ik alsnog probeer, is mijn ontsteltenis, teleurstelling − wel, in feite zelfs angst − voor wat u nog gaat doen met een steunpilaar van onze democratische samenleving.

Even wat achtergrondinformatie. Enkele weken geleden deelde de Noorse auteur Tom Egeland een post op Facebook met zeven foto's die de geschiedenis van oorlogvoering veranderd hadden. U verwijderde het beeld van de naakte Kim Phuc, vluchtend van de napalmbommen − een van 's werelds bekendste oorlogsbeelden.

Egeland reageerde kritisch, waarna Facebook Egeland van de sociale netwerksite verwijderde.

Luister, Mark, dit zijn ernstige zaken. Eerst stelt u regels op die het onderscheid niet maken tussen kinderpornografie en bekende oorlogsbeelden. Daarnaast oefent u die regels uit zonder ruimte voor gezonde beoordeling. Tot slot censureert u kritiek tegen die beslissing en de daaropvolgende discussie − en u bestraft de persoon die kritiek durft te uiten.

Facebook bestaat voor het plezier en het voordeel van de gehele wereld, mezelf inclusief, op veel niveaus. Ikzelf, bijvoorbeeld, hou zo contact met mijn broers via een gesloten groep met onze 89-jarige vader. Elke dag delen we onze vreugde en zorgen.

Facebook is wereldwijd een toonaangevend platform voor het delen van informatie, voor debat en voor sociaal contact tussen mensen. U heeft deze positie verworven en u verdient die.

Maar, beste Mark, u bent 's werelds machtigste redacteur. Zelfs voor een belangrijke speler in het mediagebeuren als Aftenposten, is Facebook moeilijk te omzeilen. Dat willen we ook niet, want u biedt ons een geweldig groot kanaal voor de distributie van onze content. We willen mensen bereiken met onze journalistiek.

Niettemin, al ben ik hoofdredacteur van de grootste krant van Noorwegen, ik moet vaststellen dat u de ruimte voor het beoefenen van mijn redactionele verantwoordelijkheden keer op keer inperkt. Dit is wat u en uw ondergeschikten doen in deze zaak.

Ik denk dat u uw macht misbruikt, en ik kan moeilijk geloven dat u dit grondig hebt doordacht.

Laat me terugkeren naar het beeld van Nick Ut. Het napalmmeisje is het meest iconische beeld van de oorlog in Vietnam. De media speelden een beslissende rol in het rapporteren van verschillende oorlogsverhalen, al hadden de machthebbers het liever anders gehad. De beelden, gedeeld door de media, deden de perceptie van die oorlog kantelen, en dat speelde een belangrijke rol bij het beëindigen ervan. Ze zorgden voor een kritisch en open debat. Dit is hoe een democratie zou moeten werken.

De vrije en onafhankelijke media hebben een belangrijke taak om informatie te brengen, zelfs foto's, die soms onaangenaam kunnen zijn. Beelden en informatie die de heersende elite en misschien zelfs gewone burgers niet kunnen verdragen, maar die net daarom van belang kunnen zijn.

'Als vrijheid iets betekent', schreef de Brit George Orwell in het voorwoord van Animal Farm, 'dan is het het recht om mensen te zeggen wat ze niet willen horen.'

De media hebben een verantwoordelijkheid om in elk afzonderlijk geval publicatie te overwegen. Het kan soms een zware verantwoordelijkheid zijn. Elke redacteur moet de voor- en nadelen steeds afwegen.

Dit recht en die taak, die elke redacteur wereldwijd met zich meedraagt, zou niet ondermijnd mogen worden door algoritmen die gecodeerd worden in uw kantoor in Californië.

Mark, probeer u alstublieft een nieuwe oorlog in te beelden waarin kinderen slachtoffer zijn van vatenbommen of zenuwgas. Zou u opnieuw de documentatie van die wreedheden onderscheppen, omdat een kleine minderheid eventueel beledigd zou zijn door beelden van naakte kinderen, of omdat een pedofiel het beeld als pornografie zou kunnen beschouwen?

De doelstelling van Facebook staat in een verklaring uitgelegd als 'de wereld meer open en verbonden maken'.

In werkelijkheid doet u dit op een oppervlakkige wijze.

Als u het onderscheid niet kan maken tussen kinderpornografie en een oorlogsbeeld, dan promoot u domheid en slaagt u er niet in om mensen dichter bij elkaar te brengen.

Beweren dat het mogelijk is om gemeenschappelijke, wereldwijde regels te maken die uitleggen wat al dan niet gepubliceerd mag worden, gooit enkel stof in de ogen van mensen.

Het laatste decennium heeft aangetoond hoe onvoorspelbare en destructieve dingen teweeggebracht worden als bij de publicatie van zaken geen context wordt gegeven.

De controverse over de Mohammed-cartoons, die eind 2005 woedde en nog altijd woedt, bracht onbekende gevolgen met zich mee simpelweg omdat de context en de oorspronkelijke rechtvaardiging voor de publicatie steeds genegeerd werden.

De tekeningen werden in een geheel nieuwe context gestoken, gecensureerd en veroordeeld op basis van vermeende universele religieuze regels. Het resulteerde in grote demonstraties, geweld en moorden − en een resterende, krachtige bedreiging tegen de vrijheid van meningsuiting. Sommigen leven nog steeds onder politiebescherming. 

Facebook brak pas na deze controverse wereldwijd door. Uw aanpak, Mark, zou toen misschien de publicatie van die tekeningen hebben tegengehouden? Als dat zo is, zou Facebook op een erg stereotiepe manier de extreem religieuze krachten gesteund hebben in strijd met de vrijheid van meningsuiting. U zou het oordeel van de uitgever verwerpen. Degenen onder ons die toen in het midden van die gebeurtenissen stonden moesten ook de voor- en nadelen van publicatie afwegen.

Het is − en blijft − anders in Oslo en Karachi.

De controverse over de cartoons toont aan hoe onmogelijk en onlogisch het is, om te leven met universele regels voor publicatie in een tijd waarin alles multi-religieus, multi-cultureel en multi-alles wordt. Alle menselijke praktijken verschillen naargelang locatie, politieke, sociale en economische omstandigheden.

Het minste wat Facebook kan doen om soelaas te bieden en harmonieus te zijn met de tijd is geografisch verschillende richtlijnen en regels voor publicatie. Bovendien zou Facebook een onderscheid moeten maken tussen een redactie en andere Facebookgebruikers. Redacteurs kunnen niet leven met u, Mark, als hoofdredacteur.

Deze maatregelen zullen louter verzachtend werken. Als Facebook andere doelstellingen heeft dan alleen maar zo groot mogelijk worden en zoveel mogelijk geld verdienen − en ik blijf ervan overtuigd dat dat zo is − dan zou u uw manier van werken uitgebreid moeten herzien.

U biedt een aardig kanaal voor mensen die muziekvideo's, familiebijeenkomsten en andere ervaringen willen delen. Op dat niveau brengt u mensen dichter bij elkaar. Maar als u echt het begrip tussen mensen wenst te verhogen, moet u meer vrijheid bieden om de volledige breedte van culturele uitingen te delen en substantiële zaken te bespreken.

En dan moet u toegankelijker zijn. Vandaag, als het al mogelijk is om met een Facebookvertegenwoordiger in contact te komen, is het beste waarop men kan hopen een kort, formeel antwoord, met stijve verwijzingen naar de universele regels en richtlijnen. Als men de Facebookregels wil aanvechten, zoals we gezien hebben, wordt die vrijheid beantwoordt met censuur. En als iemand tegen die censuur probeert te protesteren, wordt hij gestraft, zoals gezien bij Tom Egeland.

Ik had nog kunnen doorgaan, Mark, maar ik moet hier stoppen. Ik heb u deze brief geschreven omdat ik me zorgen maak over 's werelds belangrijkste medium dat vrijheid beperkt en niet vergroot, en de autoritaire manier waarop dit soms gebeurt. Ik schrijf ook − en ik hoop dat u dit begrijpt − omdat ik een positieve houding heb ten opzichte van de mogelijkheden die Facebook met zich meebrengt. Ik hoop alleen dat u die mogelijkheden ook beter wenst te benutten.

Hoogachtend,

Espen Egil Hansen

Hoofdredacteur en ceo van Aftenposten