‘Betaal artsen per patiënt eerder dan per prestatie’
Foto: Dries Luyten/imageglobe

Gezondheidseconoom Lieven Annemans mengt zich met zijn nieuw boek in de discussie over de hervorming van de (huis)artsentarieven. ‘Daar waar mogelijk moeten we artsen een vaste vergoeding geven.’

Annemans, die met zijn vorig boek in aanvaring kwam met toenmalig minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx (PS), looft de hervormingen die Maggie De Block (Open VLD) wil doen, zoals de ziekenhuisfinanciering – ‘een grote stap voorwaarts’ – en de hervorming van de artsentarieven. Zo blijkt uit een interview met De Standaard naar aanleiding van zijn nieuwe boek Je geld of je leven in de gezondheidszorg. Maar hij waarschuwt. ‘Het zal veel moeilijker worden dan zelfs ik dacht. Er lopen nog veel charlatans rond die het niet goed menen en die alleen met hun eigen portemonnee bezig zijn.’

'Verleiding groot om meer onderzoeken te doen dan nodig'

Wat de hervorming van de artsentarieven betreft, stelt Annemans voor om (huis)artsen meer te verlonen op basis van het aantal patiënten die ze volgen, dan het aantal prestaties dat ze doen. ‘Als je inkomen vooral afhangt aan het aantal prestaties, dan is de verleiding immers groot om er meer te doen dan noodzakelijk.’

De betaling per prestatie moet niet helemaal verdwijnen, zo vindt Annemans, ‘maar daar waar mogelijk moeten we artsen een vaste vergoeding geven. Waarom niet een gynaecoloog vergoeden per zwangerschap dat hij opvolgt? Of een hartspecialist per patiënt met een chronische hartziekte? Met daarboven een stukje bonus voor extra geleverde kwaliteit als kers op de taart.’

Ook voor huisartsen ziet Annemans brood in een vastere vergoeding. ‘Huisartsen krijgen nu al een vast bedrag per jaar per patiënt voor het bijhouden van iemands globaal medisch dossier (gmd). Ze halen daar gemiddeld zo’n kwart van hun inkomen uit. Dat aandeel moet groter, zodat het gewicht van het inkomen dat huisartsen halen uit prestaties, kleiner wordt.’

Vermogenstaks

Annemans doet nog andere opmerkelijke voorstellen in zijn boek. Zo herhaalt hij zijn oproep om de supplementen bovenop de erelonen af te schaffen wanneer de artsentarieven herzien worden en wil hij het remgeld afgeschaft zien voor die medicijnen en behandelingen waarbij er geen risico op overconsumptie bestaat, zoals bij bloeddrukverlagers.

Annemans toont zich in het boek tot slot trouwens voorstander van een vermogensbelasting. Niet om de begroting te stutten weliswaar, maar om extra te kunnen investeren in gezondheidszorg. ‘Diegenen die zeer veel hebben, kunnen dus gerust ook veel missen zonder dat ze er ongelukkiger van zouden worden,’ zo schrijft Annemenas, ‘door het geld te herverdelen – anders gezegd: door een belasting op de grote vermogens – stijgt het totale geluk. En ook de totale gezondheid. Met een deel van het gerecupereerde geld kan de overheid namelijk meer nieuwe technologieën in de zorg betalen.’

'Ik laat hier een ballonnetje op, niet meer," zo nuanceert Annemans zijn fiscale uitstap, 'beschouw het als een oproep voor meer debat.’