Mensen met klachten over rusthuis blijven in de kou staan
Angele Caekelbergh, de moeder van advocaat Chris Schelkens Foto: Wouter Van Vaerenbergh
Om 16 uur al naar bed. Slecht eten. Verkeerde medicatie. Wie een klacht heeft over een rusthuis kan terecht bij de woonzorglijn. ‘Maar de inspecties die daarop volgen zijn een lachertje’, zegt advocaat Chris Schelkens.

Na een hersenbloeding ging Angele Caekelbergh, de moeder van advocaat Chris Schelkens, naar het woonzorgcentrum schuin over het huis van haar zoon. Overdag zorgt hij voor haar, ’s avonds en ’s nachts verblijft ze in het rusthuis.

Maar na een maand begonnen de problemen, zegt Schelkens ‘Wij wilden zelf mijn moeder medicatie geven, omdat we doorhadden dat ze haar veel te veel medicijnen wilden geven. “Dan zet ik uw moeder buiten”, zei de directeur. We stelden ernstige kwetsuren op haar rug vast, door een ouderwetse lift die haar in bad moest tillen. We moesten de huisarts erbij halen en mijn moeder weken verzorgen. Het antwoord van het rusthuis: dan doen we haar niet meer in bad, wat ook gebeurde.’

Geen beroep

Schelkens schreef een mail naar de inspectiedienst over het slecht functioneren van het rusthuis. De inspectie ging ter plaatse en maakte een verslag op. Daaruit bleek dat er niets aan de hand was. ‘Als jurist kon ik mijn ogen niet geloven over hoe klachten behandeld worden’, zegt hij. ‘De inspectiediensten horen uitgebreid de versie van het woonzorg­centrum. Dat krijgt het verslag nog eens ter inzage. De klager heeft dan geen enkele repliek meer.'

'Je kunt ook niet in beroep gaan. Ik heb dit bij de Vlaamse ombudsman gemeld. Ook hij vond dat zo’n inspectie tegensprekelijk moet zijn en beloofde het aan te kaarten bij de minister. Er werd een werkgroep opgericht. Dat is drie jaar geleden. Als ik ernaar informeer, krijg ik als antwoord: “We zijn er mee bezig”.’