'Zorgleerlingen worden nog al te vaak geweigerd'
Foto: Wouter Van Vaerenbergh
Het M-decreet, dat scholen verplicht leerlingen met speciale zorgen op te nemen, blijft soms nog te veel dode letter. Dat concludeert Bruno Vanobbergen, de Vlaamse Kinderrechtencommissaris, in een kritisch rapport. Hij pleit voor de oprichting van een laagdrempelig aanspreekpunt en een meer 'flexibele samenwerking' met het buitengewoon onderwijs.

Sarah is een meisje van veertien jaar met het syndroom van Down. Haar droom? Een zorgberoep leren in een gewone school, maar de vijf instellingen in de regio die haar ouders benaderen, tonen nauwelijks enige bereidheid om Sarah als leerling op te nemen. ‘Te makkelijk wordt ze afgescheept, wat wettelijk eigenlijk niet meer kan’, zegt Bruno Vanobbergen, de Vlaamse Kinderrechtencommissaris.

‘Algemeen gaat het goed met het inclusief onderwijs. Maar toch zitten ouders en scholen met ernstige bedenkingen over het M-decreet. Getuige de vele, aanhoudende mails en klachten die ik nog steeds binnenkrijg.’

Daarom maakte Vanobbergen een tussentijdse evaluatie van het M-decreet. De tekst, gelardeerd met soms pakkende getuigenissen, maakte hij recent over aan het parlement, in de hoop in het najaar een hoorzitting te kunnen afdwingen. ‘Het schort soms nog bij de implementatie.’

Vorig schooljaar ging het decreet van start, en het heeft als doel leerlingen met speciale zorgen, die vaak gemakshalve in het buitengewoon onderwijs verzeild raken, toch in gewone klasjes te krijgen.

‘Maar tussen scholen onderling bestaat een groot verschil in openheid’, zegt hij. ‘Sommige doen heel veel, andere weigeren pertinent na te denken en raden ouders aan om elders naartoe te gaan, want ze willen vasthouden aan de eigen standaardaanpak.  Soms kan het ook door één leraar helemaal verkeerd lopen.’

Vooral in het secundair onderwijs blijkt het vinden van een school die gaat voor inclusie, soms een bijzonder moeilijke opdracht, aldus het rapport.

Komt daarbij: ouders en leerlingen hebben geen sterk juridisch houvast. Een klacht indienen gaat wel, bij Unia bijvoorbeeld, het voormalige Centrum voor Gelijkheid van Kansen, dat vorig jaar zeventien dossiers opende. ‘Maar dat lijkt vaak een stap te ver: ouders bewaren liever de vrede met de school waar hun kind misschien terechtkan’, aldus Vanobbergen.

Daarom pleit hij voor meer bemiddeling. ‘In principe kan het CLB die rol opnemen. Maar de Centra voor Leerlingenbegeleiding worden te vaak vereenzelvigd met de school, wat de neutraliteit niet ten goede komt. Daarom pleit ik voor de oprichting van een laagdrempelig aanspreekpunt, dat kan ingaan op concrete casussen. Momenteel doet mijn éne stafmedewerker dat een beetje, maar eigenlijk moet dat meer gestructureerd gebeuren.’

Als schooldirecties trouwens huiverachtig staan tegenover het opnemen van zorgleerlingen, komt dat doorgaans door onwetendheid, aldus Vanobbergen. Een leerling met een beperking heeft het recht op ‘redelijke aanpassingen’, maar wat dat precies inhoudt, weet niemand echt goed. ‘Een algemeen referentiekader ontbreekt. Wat bijvoorbeeld met hulpmiddelen zoals computers? Wanneer mag een uitzondering gemaakt wordent?’

In dat opzicht pleit hij voor een meer ‘flexibele samenwerking’ met het buitengewoon onderwijs, teneinde kennis en expertise uit te wisselen, want dat ontbreekt vaak in het gewoon onderwijs, wat tevens een groot deel van het scepticisme verklaart.

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in