REVIEW. Trixie Whitley: Trixie met de zweep
Foto: Fotom/Dranouter Foto: Fotom/Dranouter

Is het omdat ze een hele dag met hun kinderen in de weer waren? Is het omdat Trixie Whitley met haar ruige gitaren wat zwaar op de maag valt na een ganse dag vriendelijke pop? Geen idee waarom, maar we hebben zelden een publiek stiller zien staan dan bij de Gents-Amerikaanse zangeres.

Whitley gooide nochtans flinke troeven in de strijd. ‘Ik zin min West-Vloms ont bischuvn’, klonk het. ‘Zin’k goe bezig?’ Over haar taal kunnen we niet oordelen - daarvoor zijn we in de verkeerde provincie geboren - maar haar show mocht er alvast zijn. Zelfs wanneer ze moederziel alleen op het podium staat ranselt ze al een flinke brok dreiging uit haar gitaar, en gesteund door een drummer, toetsenist en een vervaarlijk zwalpende bassist kwam daar nog eens een laag bovenop.

Whitley haalde de zweep boven: vanaf de bitterzoete sleper ‘Closer’ werd de ene na de andere ziedende rocksong van de ketting gelaten: na een nijdig ‘Salt’ en een soulvol ‘Breathe you in my dreams’ - amper een strijkersectie verwijderd van Bondsongstatus - kwam het volstrekt geschifte ‘The Shack’, waarin ze die soulstem even ruilde voor die van een briesende harpij. En dan moest een lekker rommelig ‘Need your love’ nog komen. Na de vigeur waarmee ze dat schreeuwde aan het slot, durven we niet anders meer dan haar die geven.

Foto: Fotom/Dranouter